ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6608
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M. Ettema
- Van Amsterdam
- Kampschöer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens fiscale eenheid door financiële verwevenheid tussen stichtingen
Belanghebbende, Stichting X, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 30 september 1999. Na bezwaar en beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch werd de naheffingsaanslag gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
In de procedure bij het Hof stond centraal of Stichting X en Stichting Y als één belastingplichtige moesten worden aangemerkt op grond van artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het geschil spitste zich toe op de vraag of er financiële verwevenheid bestond tussen de stichtingen.
Het Hof stelde vast dat Stichting X een rekening-courantverhouding had met Stichting Y, waarbij zij aanzienlijke bedragen had geleend zonder rente of aflossingsschema. Het bestuur van Stichting X bestond uit leden van het college van Stichting Y, die ook invloed hadden op prijsstelling en financiële beslissingen. De financiële positie van Stichting Y had daardoor directe invloed op die van Stichting X.
Op grond van deze feiten oordeelde het Hof dat sprake was van financiële verwevenheid en dus van een fiscale eenheid. De naheffingsaanslag werd vernietigd en belanghebbende werd in het gelijk gesteld. Proceskosten werden niet afzonderlijk toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd wegens fiscale eenheid door financiële verwevenheid tussen Stichting X en Stichting Y.