ECLI:NL:GHARN:2006:AY8739
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vaessen
- Steeg
- Strens-Meulemeester
- Rechtspraak.nl
Verplichting VGZ tot betaling openstaande rekeningen ziekenvervoer na faillissement vervoersmakelaar
VGZ sloot in 1998 een overeenkomst met het COA voor geneeskundige zorg aan asielzoekers, waarbij het zittend ziekenvervoer werd uitbesteed aan vervoersmakelaar Zivoned. Vanaf 2001 ontstonden betalingsproblemen, waardoor vervoerders niet of te laat werden betaald. VGZ deed meerdere schriftelijke en mondelinge toezeggingen aan vervoerders dat zij garant stond voor betaling van de ritten, mits voldaan werd aan declaratievoorschriften.
Na beëindiging van de relatie met Zivoned en het faillissement van deze laatste in juni 2002, vorderden vervoerders betaling van VGZ. De rechtbank oordeelde dat VGZ een zelfstandige betalingsverplichting had jegens de vervoerders. VGZ stelde in hoger beroep dat zij geen borg of garantie had gegeven, dat de gemachtigde niet bevoegd was en dat de toezeggingen beperkt waren, maar het hof verwierp deze bezwaren.
Het hof stelde vast dat VGZ een eigen belang had bij continuering van het vervoer en door haar toezeggingen en betalingen de schijn van vertegenwoordiging wekte. De brief van september 2001 waarin VGZ een beperkt budget stelde, was een onrechtmatige inperking van de eerdere toezegging. Het hof bekrachtigde de tussenvonnissen en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling van de hoofdzaak en veroordeelde VGZ in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussenvonnissen en bevestigt dat VGZ zich garant heeft gesteld voor betaling van het ziekenvervoer na faillissement Zivoned.