ECLI:NL:RBARN:2005:AT7626
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting VGZ als borg voor ZRA-vervoer aan vervoerders
Deze zaak betreft de vraag of VGZ als borg een zelfstandige betalingsverplichting heeft tegenover diverse vervoerders die zittend ziekenvervoer voor asielzoekers (ZRA-vervoer) hebben uitgevoerd. VGZ had een contract met Zivoned, dat het vervoer coördineerde en uitvoerde via de vervoerders. Zivoned kwam echter in betalingsproblemen, waarna de vervoerders zekerheid zochten over betaling.
De rechtbank stelt vast dat VGZ zich in juli 2001 via mondelinge en schriftelijke toezeggingen, onder meer door haar vertegenwoordiger, garant heeft gesteld voor betaling aan de vervoerders, zowel voor reeds gereden ritten als toekomstige ritten, mits declaraties voldeden aan de gebruikelijke voorwaarden. VGZ heeft dit niet ondubbelzinnig betwist en heeft zelfs nagelaten op brieven te reageren, waardoor zij de gerechtvaardigde verwachting bij de vervoerders heeft gewekt.
Getuigenverklaringen bevestigen de garantstelling en het vertrouwen van de vervoerders daarop. Het verweer van VGZ dat haar vertegenwoordiger niet bevoegd was om deze garantie te geven, wordt verworpen. De rechtbank beperkt de betalingsverplichting van VGZ voor ritten na 1 september 2001 tot declaraties die voldoen aan de overeengekomen voorschriften tussen Zivoned en vervoerders.
De vervoerders moeten hun vorderingen specificeren en bewijzen dat aan de voorwaarden is voldaan. De rechtbank verwijst de zaak naar de rolzitting voor nadere uitlatingen en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: VGZ is jegens de vervoerders gehouden tot betaling van het ZRA-vervoer onder voorwaarden en de zaak wordt verwezen voor nadere specificatie en bewijslevering.