ECLI:NL:GHARN:2006:AY5102
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Olthof
- Van Osch
- ing. De Lorijn
- ir. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vastlegging mondelinge pachtovereenkomsten na overlijden pachtheer
In deze zaak vordert appellante vastlegging van diverse mondelinge pachtovereenkomsten die zij met haar inmiddels overleden vader zou hebben gesloten. De pachtkamer in eerste aanleg heeft slechts één schriftelijke pachtovereenkomst erkend en de overige vorderingen afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Appellante heeft in hoger beroep geprobeerd aanvullende pachtovereenkomsten vastgelegd te krijgen, onder meer voor meerdere percelen grasland en opstallen, met onderbouwing via betalingsbewijzen. Het hof heeft de bewijsstukken en betalingen kritisch onderzocht en geoordeeld dat deze onvoldoende steun bieden voor het bestaan van de gestelde pachtovereenkomsten, mede omdat betalingen niet eenduidig waren en sommige betalingen eerder duiden op beheersregelingen dan op pacht.
Verder heeft het hof overwogen dat appellante onvoldoende concreet heeft gesteld wanneer en onder welke omstandigheden wilsovereenstemming is bereikt, vooral voor overeenkomsten die na het overlijden van haar vader zouden zijn ingegaan. Gezien het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden en het feit dat andere erfgenamen niet meer kunnen verifiëren, heeft het hof het vonnis van de pachtkamer bekrachtigd en appellante veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de pachtkamer en wijst de vorderingen tot vastlegging van aanvullende pachtovereenkomsten af wegens onvoldoende bewijs.