ECLI:NL:GHARN:2006:AY4701
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Kwaak
- Smeeïng-Van Hees
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en weigering schuldsaneringsregeling wegens detentie en onbetrouwbaarheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 27 maart 2006, waarin zijn verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Het hof beoordeelt allereerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep en constateert dat appellant het beroep te laat heeft ingesteld, na het verstrijken van de wettelijke termijn van acht dagen.
Hoewel appellant en zijn partner tijdens de zitting verklaarden dat zij op de dag van uitspraak telefonisch geïnformeerd werden over de afwijzing, is het hof van oordeel dat appellant voldoende gelegenheid had om binnen de termijn hoger beroep in te stellen. Er zijn geen omstandigheden die een uitzondering op de strikte termijn rechtvaardigen, waardoor appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Ten overvloede overweegt het hof dat appellant, ook indien hij ontvankelijk zou zijn geweest, niet in aanmerking zou komen voor de schuldsaneringsregeling. Dit omdat hij onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden wegens zware mishandeling van zijn partner. Zijn detentie wordt als aan hem te wijten omstandigheid gezien, waardoor hij niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden.
Appellant stelde dat zijn partner de opbrengst van de verkoop van bedrijfsspullen zou gebruiken om schulden te voldoen, maar het hof acht het risico dat de partner het geld anders heeft aangewend voor rekening van appellant. Het hoger beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en de afwijzing van zijn verzoek tot schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.