ECLI:NL:GHARN:2006:AX4876
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekening omzetbelastingfraude directeur aan vennootschap en bevestiging naheffingsaanslag
Belanghebbende, een buitenlandse vennootschap met een nevenvestiging in Nederland, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens onjuiste toepassing van het nultarief op intracommunautaire leveringen van satellietontvangers. De directeur, A, die de nevenvestiging leidde en bevoegd was de vennootschap te vertegenwoordigen, had fraude gepleegd door leveringen niet daadwerkelijk naar Portugal te laten vervoeren, maar binnen Nederland te verkopen via een constructie met B en diens eenmanszaak E.
Belanghebbende voerde aan dat de naheffingsaanslag onterecht was en dat de fraude aan A en B moest worden toegerekend als 'anderen dan de belastingplichtige'. Het hof oordeelde echter dat de handelingen van A, als directeur en vertegenwoordiger, aan belanghebbende moeten worden toegerekend. Ook B kon niet als 'ander' worden aangemerkt. Hierdoor was de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende opgelegd.
Belanghebbende beriep zich verder op het vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel, maar het hof verwierp deze beroepen omdat de fraude aan de vennootschap moest worden toegerekend. Ook strafrechtelijk was belanghebbende vrijgesproken omdat A op eigen initiatief handelde en de vennootschap onkundig was van de fraude.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de naheffingsaanslag en heffingsrente. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is terecht aan belanghebbende opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.