ECLI:NL:GHARN:2006:AV4248
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor voorbereiden invoer cocaïne en deelname criminele organisatie in Amalthea-zaak
In de zogenaamde Amalthea-zaak werd verdachte veroordeeld voor zijn rol in het grootste tot dan toe bekende transport van 4.050 kilo cocaïne naar Nederland, gevonden op 20 augustus 2003 op de zeesleepboot 'de Otton' in Vlissingen.
Het hof stelde vast dat verdachte als tussenpersoon binnen een criminele organisatie handelde en voorbereidingshandelingen verrichtte voor de invoer van cocaïne, maar sprak hem vrij van directe betrokkenheid bij de invoer zelf. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte hennep teelde en verboden wapens bezat.
Bewijs bestond uit onder meer onderzoek van computers in de woning van verdachte, verklaringen van medeverdachten, tapgesprekken, peilbakengegevens en observaties. Het hof verwierp verweren omtrent bewijsuitsluiting en onbetrouwbaarheid van getuigen.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van drugshandel en het feit dat verdachte slechts een tussenpositie innam. Verdachte werd veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf, lager dan de rechtbank had opgelegd, mede vanwege vrijspraak voor medeplegen invoer.
Verder werden inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een computer, verbeurd verklaard, terwijl persoonlijke eigendommen werden teruggegeven of in bewaring gesteld. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor voorbereiden en bevorderen van invoer van cocaïne, deelname aan criminele organisatie, hennepteelt en overtreding van de Wet wapens en munitie.