ECLI:NL:GHARN:2005:AV2424
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Nunnikhoven
- Koksma
- Besier
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van 4.000 euro
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem. De officier van justitie vorderde de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde en de oplegging van een betalingsverplichting aan de staat van €4.000.
De veroordeelde voerde verweer dat er geen causaal verband bestond tussen het voordeel en het bewezenverklaarde feit, stellende dat het geld was ontvangen om zijn mond te houden. Het hof nam echter de verklaring van een getuige mee, waaruit bleek dat het geld was toegezegd in verband met het plegen van een moord op een Hindoestaanse vrouw.
Het hof oordeelde dat er voldoende causaal verband bestaat tussen het wederrechtelijk verkregen voordeel en het bewezenverklaarde feit. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €4.000. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €4.000 en legt de verplichting tot betaling aan de staat op.