ECLI:NL:GHARN:2005:AU9147
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mannoury
- Van der Kwaak
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afbreken onderhandelingen zonder exclusiviteitsbeding en zonder onrechtmatigheid
In deze civiele zaak stond centraal of het afbreken van onderhandelingen tussen partijen onrechtmatig was en of een exclusiviteitsbeding bestond. Appellante stelde dat de onderhandelingen zo ver gevorderd waren dat partijen op een overeenkomst mochten vertrouwen en dat geïntimeerde onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen af te breken. Tevens stelde zij dat een exclusiviteitsbeding was overeengekomen.
Het hof oordeelde dat hoewel er overeenstemming bestond over de essentialia van de overeenkomst, dit op zichzelf niet verhinderde dat de onderhandelingen mochten worden afgebroken. Belangrijke punten waarop geen overeenstemming bestond, konden het afbreken rechtvaardigen. Daarnaast was de stelling van exclusiviteit onvoldoende onderbouwd, mede doordat de stukken waarop appellante zich beriep niet door partijen waren ondertekend en door geïntimeerde gemotiveerd waren weersproken.
Geïntimeerde had bovendien aangevoerd dat hij pas na definitieve beëindiging van de onderhandelingen met derden in gesprek was gegaan, hetgeen door appellante onvoldoende was bewezen. Gezien de financiële situatie van de vennootschappen was het niet onredelijk dat geïntimeerde de onderhandelingen beëindigde. Het hof verwierp alle grieven van appellante en bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter, met veroordeling van appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat het afbreken van de onderhandelingen niet onrechtmatig was en dat geen exclusiviteitsbeding bestond.