ECLI:NL:GHARN:2005:AT9801
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- De Boer
- Steeg
- Hijma
- Rechtspraak.nl
Geschil over boetebeding en bouwtermijnen bij overdracht bouwgrond gemeente aan koper
In deze zaak staat centraal of en in hoeverre appellante boetes verschuldigd is aan de gemeente wegens overschrijding van de bouwtermijnen zoals vastgelegd in de Algemene Regelen (AR) die onderdeel uitmaken van de koopovereenkomst van een perceel bouwgrond. De gemeente had de bouwtermijnen verlengd en stelt dat de woning pas op 28 augustus 2002 voltooid was, terwijl appellante meent dat de bouw al in december 2001 gereed was en dat zij onterecht boetes wordt opgelegd.
Het hof oordeelt dat de bepalingen in de AR, waaronder de boetebepalingen, geldig zijn en niet in strijd met publiekrechtelijke regels of beginselen van behoorlijk bestuur. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat de gemeente zich verplicht zou hebben tot het verlenen van een bouwvergunning. Ook is vastgesteld dat de woning vóór augustus 2002 niet voldeed aan de bouwvoorschriften, onder meer door het ontbreken van een trapleuning.
Het hof laat appellante toe tot bewijslevering over onder meer de gereedmelding van 17 december 2001 en het vermeende uitstel dat door wethouder De Graaff zou zijn verleend. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing. De eisvermeerdering van appellante tot betaling van boetes door de gemeente wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van de boetebepalingen, laat appellante toe tot bewijslevering en houdt verdere beslissing aan.