ECLI:NL:GHARN:2005:AT7505
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Rijken
- Mens
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks eerdere erkenning ter verkrijging Nederlandse nationaliteit
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar verzoek om het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen had afgewezen. De man had het kind reeds erkend, waardoor de rechtbank oordeelde dat gerechtelijke vaststelling niet mogelijk was op grond van artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro.
Het hof oordeelt echter dat deze wettelijke bepaling niet in de weg staat aan gerechtelijke vaststelling wanneer het kind reeds is erkend, omdat het doel van die bepaling is te voorkomen dat een kind meer dan twee ouders krijgt. In dit geval is dat niet aan de orde. Het belang van het kind en het gezin bij het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit weegt zwaar, aangezien erkenning na de geboorte het verkrijgen van de nationaliteit vertraagt en het risico op uitzetting met zich meebrengt.
Het hof wijst op de noodzaak van een deskundigenonderzoek om vast te stellen of de man daadwerkelijk de biologische vader is, gezien het risico op misbruik van erkenning. De vrouw krijgt vier weken de tijd om een deskundige voor DNA-onderzoek te benoemen. Het hof staat tussentijds cassatieberoep toe en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof staat gerechtelijke vaststelling van het vaderschap toe ondanks eerdere erkenning en gelast DNA-onderzoek.