ECLI:NL:GHARN:2005:AT4819
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- De Boer
- Steeg
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Toelating tegenbewijs en comparitie in civiele zaak over leverletsel door mishandeling
In deze civiele procedure in hoger beroep staat het Gerechtshof Arnhem toe dat de appellant tegenbewijs levert tegen het dwingend bewijs dat hij geïntimeerde opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, namelijk een ruptuur in de linker leverkwab. Dit dwingend bewijs is gebaseerd op een eerder strafarrest dat in kracht van gewijsde is gegaan. Het hof beveelt getuigenverhoren en een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen over de door geïntimeerde gestelde materiële schade.
De appellant betwist de mishandeling en stelt dat het letsel het gevolg is van een val van een wenteltrap of eerdere geweldsincidenten binnen het gezin van geïntimeerde. Het hof oordeelt dat tegenbewijs tegen het dwingend bewijs vrij staat en dat appellant dit mag aanvoeren door getuigen en een medisch deskundigenrapport. Het hof wijst op het belang van een genuanceerde afweging tussen het inzagerecht in medische dossiers en de privacy van geïntimeerde.
Verder wordt vastgesteld dat geïntimeerde als gevolg van het letsel langdurig is opgenomen en arbeidsongeschikt is geweest, met een aanzienlijk smartengeld en materiële schadeposten. Het hof beveelt een comparitie om de omvang van de schade nader te onderzoeken en houdt de beslissing aan totdat het tegenbewijs en de comparitie zijn afgerond.
Uitkomst: Het hof staat tegenbewijs toe tegen het dwingend bewijs van mishandeling en gelast een comparitie voor nadere schade-inlichtingen; verdere beslissing wordt aangehouden.