ECLI:NL:GHARN:2005:AT0762
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mr. Lamens
- mr.drs. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning van pleegkindstatus voor belastingaftrek bij onderhoud en opvoeding
Belanghebbende voerde beroep aan tegen een aanslag inkomstenbelasting 2000 waarin zij aftrek van kosten voor levensonderhoud en kinderopvang voor de zoon van haar partner wilde toepassen. Het geschil betrof de vraag of deze zoon als pleegkind kon worden aangemerkt en of belanghebbende recht had op de alleenstaande-ouderaftrek.
Het hof stelde vast dat belanghebbende en haar partner sinds 1996 een relatie hadden en dat de zoon van de partner vanaf 1998 deels bij belanghebbende woonde en op een kinderdagverblijf was geplaatst. Er was echter geen familierechtelijke betrekking tussen belanghebbende en de zoon in 2000 en belanghebbende had niet de ouderlijke rol overgenomen zoals vereist voor de status van pleegkind.
De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat een pleegkind een kind is dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. Dit was hier niet het geval. Bovendien ontving de natuurlijke moeder de kinderbijslag en werd de huishouding niet exclusief met het kind gevoerd, waardoor niet werd voldaan aan de voorwaarden voor alleenstaande-ouderaftrek.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 1 maart 2005.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt ongegrond verklaard.