ECLI:NL:GHARN:2005:AT0372
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- T.J. Matthijssen
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens onjuiste toepassing foutenleer bij inkomstenbelasting
Belanghebbende was aangeslagen voor een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1991, waarbij het geschil draaide om de vraag of het bedrag van ƒ 2.911 terecht in het belastbare inkomen was begrepen. Het Hof verwees naar eerdere uitspraken en statutaire bepalingen van de Coöperatie [B] die onzekerheid scheppen over de realisatie van rechten uit de ledenrekening.
De Hoge Raad vernietigde een eerdere uitspraak en verwees de zaak terug naar het Hof Arnhem. Dit Hof oordeelde dat het oudste nog openstaande jaar in het kader van de foutenleer het oudste jaar is waarover de primitieve aanslag nog niet is vastgesteld ten tijde van de wil tot herstel van de fout. Omdat navordering over 1990 niet meer mogelijk was, kon de fout niet in 1991 worden hersteld.
Het Hof concludeerde dat de navorderingsaanslag over 1991 onterecht was opgelegd en vernietigde deze. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de restrictieve toepassing van de foutenleer en benadrukt dat navordering slechts in één extra heffingsjaar buiten het jaar van de fout mogelijk is.
Uitkomst: De navorderingsaanslag over 1991 wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de foutenleer.