ECLI:NL:GHARN:2005:466
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Ruys
- Meijer
- Coumans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking verlenging voorlopige hechtenis minderjarige wegens onvoldoende feitomschrijving en schending bijzondere behandeling
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Zutphen tot verlenging van de voorlopige hechtenis van een verdachte die ten tijde van het strafbare feit minderjarig was. De raadsman voerde aan dat het strafbare feit onvoldoende nauwkeurig was omschreven, waardoor de verdediging werd belemmerd. Het hof stelde vast dat het bevel tot gevangenhouding verwees naar een verzamelfeit die onvoldoende concreet was, terwijl er wel concrete verdenkingen bestonden voor drie afzonderlijke inbraken met DNA-sporen.
Daarnaast stelde het hof vast dat de bijzondere wettelijke bepalingen voor minderjarigen niet waren nageleefd: de voorlopige hechtenis was bevolen door de rechter-commissaris in plaats van de kinderrechter, en de Raad voor de Kinderbescherming was niet onverwijld geïnformeerd. Hierdoor was de verdachte als strafrechtelijk meerderjarige behandeld, terwijl het minderjarigenstrafrecht van toepassing was.
Gezien de ernstige schendingen en het feit dat de verdenking betrekking had op vermogensdelicten die geen dringende noodzaak tot voortzetting van voorlopige hechtenis rechtvaardigden, besloot het hof de voorlopige hechtenis te beëindigen en de beschikking te vernietigen. De verdachte werd onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van de minderjarige verdachte wordt opgeheven en de beschikking tot verlenging vernietigd.