ECLI:NL:GHARN:2004:AO9936
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M. van Amsterdam
- Van Schie
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling persoonsgebonden aftrek verlies lening in inkomstenbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de weigering van de Inspecteur om een verlies op verstrekte leningen aan zijn zoon als persoonsgebonden aftrekpost te erkennen. De leningen betroffen financiering van huur en voorraden van het bedrijf van zijn zoon. De Inspecteur stelde het verlies op nihil omdat niet was aangetoond dat terugbetaling onmogelijk was.
Het hof stelde vast dat de lening voor de huur geen onderdeel was van het ondernemingsvermogen en daarom niet in aanmerking kwam voor durfkapitaalregeling. Voor de lening voor voorraden was niet gebleken dat deze was kwijtgescholden, terwijl het gezinsinkomen van de zoon voldoende was om terugbetaling te verwachten. Belanghebbende had geen bewijs geleverd van kwijtschelding of oninbaarheid.
Het hof verwierp het beroep en bevestigde de beslissing van de Inspecteur. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het compromisvoorstel werden afgewezen. Het hof wees op de bewijslast van belanghebbende en het ontbreken van voldoende bewijs voor aftrek.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 28 april 2004 na behandeling van het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het verlies op de lening wordt niet als persoonsgebonden aftrekpost erkend.