ECLI:NL:GHARN:2003:AO1457
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr. Ettema
- prof. dr. Meussen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing pensioenverplichting en feitelijke leiding pensioen BV
Na verwijzing door de Hoge Raad stond tussen partijen ter discussie of de vrijvalwinst van de pensioenverplichting van ƒ 3.315.173 aan de Nederlandse Antillen of aan Nederland moest worden toegerekend. Belanghebbende stelde dat de feitelijke leiding van [X] Pensioen BV was verplaatst naar de Nederlandse Antillen, terwijl de Inspecteur dit betwistte. Het hof concludeerde dat de feitelijke leiding inderdaad vanaf 15 december 1993 naar de Nederlandse Antillen was verplaatst, mede op basis van bestuurderswisselingen, vergaderingen en belastingaangiften aldaar.
Echter oordeelde het hof tevens dat het pensioenbedrijf feitelijk in Nederland was achtergebleven, gezien diverse activiteiten en pensioenberekeningen die in Nederland plaatsvonden. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel omdat zij niet volledig openheid van zaken had gegeven aan de Inspecteur over de fiscale opzet en salarisverhogingen.
De belastingheffing over de vrijvalwinst van de pensioenvoorziening werd daarom aan Nederland toegewezen. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 2.035.563. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende. Het hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: Belastingheffing over de vrijvalwinst pensioenverplichting wordt aan Nederland toegewezen en aanslag verminderd.