ECLI:NL:GHARN:2003:AI1095
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Aubel
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid opzegging kredietfaciliteiten door ING aan Hakenberg-groep
De zaak betreft de vraag of ING de aan de Hakenberg-groep verstrekte kredietfaciliteiten rechtsgeldig heeft opgezegd bij brief van 5 november 2002 met ingang van 1 december 2002. ING stelde dat de kredietrelatie wegens financiële problemen en fraudekwesties onhoudbaar was geworden. Hakenberg c.s. betwistten de rechtsgeldigheid van de opzegging en voerden aan dat ING onvoldoende zwaarwegende redenen had en dat een opzegtermijn van drie weken te kort was.
Het hof oordeelde dat ING bevoegd was tot opzegging, maar dat de korte termijn van drie weken onredelijk was. Op grond van redelijkheid en billijkheid werd de opzegging geconverteerd naar een termijn van drie maanden, wat passend werd geacht om Hakenberg c.s. in staat te stellen vervangende financiering te vinden. De door ING aangevoerde opzeggingsgronden vielen niet onder de gevallen die onmiddellijke opeisbaarheid rechtvaardigen.
Verder verwierp het hof het verweer van Hakenberg c.s. dat ING onrechtmatig had gehandeld bij een vermeende onjuiste overboeking van een bedrag van fl. 1.900.000,= en dat sprake zou zijn van misbruik van omstandigheden of dwaling. De vordering van ING werd toegewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd. Hakenberg c.s. werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag en de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de kredietfaciliteiten door ING is rechtsgeldig, met een geconverteerde opzegtermijn van drie maanden, en Hakenberg c.s. zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 900.503 met rente en kosten.