ECLI:NL:GHARN:2002:AF3196
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- mr. Kooijmans
- mr.drs. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting voor levering bouwterrein ondanks dijkbestemming
Belanghebbende leverde in 1998 drie onbebouwde percelen aan het Waterschap Polderdistrict, waarvan twee buitendijks en één binnendijks gelegen. De percelen waren in de jaren zestig opgespoten met zand met het oog op toekomstige bebouwing, hoewel perceel F later de bestemming woningbouwkavel kreeg zonder dat ooit een bouwvergunning werd verleend. Door overstromingsdreiging werd bebouwing beperkt en werden de percelen deels gebruikt voor dijkverzwaring.
De kern van het geschil betrof de vraag of deze percelen ten tijde van levering als bouwterrein in de zin van artikel 11 lid 4 Wet Pro op de omzetbelasting 1968 moesten worden aangemerkt, waardoor levering belast is met omzetbelasting. Belanghebbende stelde dat door publiekrechtelijke beperkingen en het ontbreken van bouwvergunningen de percelen niet als bouwterrein konden gelden. De Inspecteur stelde dat de oorspronkelijke bewerkingen met het oog op bebouwing de status van bouwterrein bepaalden, ook als de percelen later voor dijkversterking werden gebruikt.
Het Hof oordeelde dat de percelen als bouwterrein moeten worden aangemerkt omdat de bewerkingen in de jaren zestig met het oog op bebouwing plaatsvonden en dat het feit dat sommige percelen later niet bebouwd werden of werden gebruikt voor dijkverzwaring daaraan niets afdoet. De levering vond plaats in het kader van dijkverzwaring, maar de percelen waren feitelijk bestemd voor bebouwing volgens de wet. Het Hof bevestigde daarom de naheffingsaanslag en wees het beroep van belanghebbende af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting over de levering van de percelen als bouwterrein.