ECLI:NL:GHARN:2002:AE8379
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.B. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Geschil over verrekening huuropbrengsten en rente in successieaanslag na overlijden erflaatster
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag successierecht opgelegd na het overlijden van haar moeder, erflaatster, waarbij zij stelde dat zij recht had op verrekening van haar aandeel in de huuropbrengsten van een onroerend goed en op rente over haar vaderlijk erfdeel. Het geschil betrof of deze vorderingen als schuld van de nalatenschap konden worden aangemerkt.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende en erflaatster gedurende vele jaren geen verrekening hadden toegepast, en dat belanghebbende haar aandeel in de huuropbrengsten kennelijk prijs had gegeven, al dan niet uit verzorgingsgedachte. Er was geen bewijs van een verrekeningsregeling of gemeenschappelijke rekening. Ook was geen sprake van een rentevergoeding over de vordering wegens vaderlijk erfdeel, die als renteloze lening moest worden beschouwd.
De Inspecteur had de aanslag deels verminderd, en het Hof stemde in met een verdere vermindering van de aanslag, waarbij het geschil over de niet-verrekende huuropbrengsten en rente werd verworpen. Belanghebbendes beroep werd deels gegrond verklaard, met een aangepaste vaststelling van de belaste verkrijging en aanslag.
Het Hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende en gaf aan dat partijen binnen zes weken cassatieberoep kunnen instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is deels gegrond verklaard en de aanslag successierecht is verminderd tot € 53.961,73.