ECLI:NL:GHARN:2002:AE7222
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering aftrek studiekosten in inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende was in 1999 als trainee werkzaam bij een werkgever en volgde een postdoctorale studie Accountancy. Er was overeengekomen dat hij onder werktijd mocht studeren, waarbij het salaris over die studie-uren werd ingehouden. Belanghebbende wilde dit ingehouden bedrag van ƒ 2.927 als studiekosten aftrekken van zijn inkomen.
De Inspecteur wees deze aftrek af omdat het bedrag nooit tot het vermogen van belanghebbende had behoord, aangezien het direct op het brutoloon was ingehouden door de werkgever. Het Gerechtshof bevestigde deze opvatting en oordeelde dat het ingehouden bedrag geen uitgave van belanghebbende was en dus niet aftrekbaar.
Ook het argument dat het salaris met vertraging was ingehouden, leidde niet tot een ander oordeel. Het hof verwees naar eerdere rechtspraak waarin vergelijkbare situaties werden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van studiekosten wordt ongegrond verklaard.