ECLI:NL:GHARN:2001:AB3037
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 1997 voor huurinkomsten uit onroerend goed in Zimbabwe
Belanghebbende bezit een woning in Zimbabwe die wordt verhuurd. De huurinkomsten worden gestort op een geblokkeerde, rentedragende rekening bij de Zimbabwe Banking Corporation, waar opname alleen mogelijk is na toestemming van de Reserve Bank, die regelmatig wordt geweigerd.
De kern van het geschil is of deze huurinkomsten als genoten kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 33 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende betwist dit en verzoekt tevens om inflatiecorrectie bij de omrekening naar Nederlands geld.
Het Hof oordeelt dat de huurinkomsten door het rentedragend storten op de bankrekening als genoten moeten worden beschouwd, conform vaste jurisprudentie. De beperkingen op opname en valutawissel leiden niet tot een andere beoordeling. Ook is er geen grond voor inflatiecorrectie. Verder wijst het Hof het beroep op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens af omdat deze geen bindend verdrag is.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 bevestigd.