ECLI:NL:GHARN:2000:AA6656
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsoverdracht tussen broers in agrarische sector
Belanghebbende en zijn broer dreven sinds 1990 samen een melkveehouderij in maatschap. In 1997 werd de maatschap ontbonden en nam belanghebbende het aandeel van zijn broer in de gronden (met uitzondering van 2 hectare) over tegen de waarde in verpachte staat. Het aandeel in het melkquotum verkreeg hij om niet.
De vraag was of deze verkrijging gelijkgesteld kon worden met een bedrijfsoverdracht van ouders aan kinderen zoals bedoeld in artikel 15, lid 1, letter b, WBR, die vrijgesteld is van overdrachtsbelasting. Belanghebbende stelde dat de overdracht qua financiële aspecten niet wezenlijk verschilde van een overdracht tussen ouders en kinderen en beriep zich op een arrest van de Hoge Raad en het gelijkheidsbeginsel uit artikel 26 BUPO Pro.
Het Hof overwoog dat de wettelijke regeling een onderscheid maakt tussen kinderen en andere personen, en dat dit onderscheid terughoudend moet worden toegepast. Het Hof vond dat de ratio van de vrijstelling, namelijk het voorkomen van versnippering van agrarische bedrijven en het rekening houden met financieringsproblemen, ook geldt bij overdracht tussen broers die samen het bedrijf dreven. Omdat belanghebbende daadwerkelijk tegen lagere waarde had afgerekend en de Inspecteur dit niet betwistte, werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel gegrond verklaard.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak en de daarbij gehandhaafde aanslag, gelastte vergoeding van het griffierecht en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten ten gunste van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de aanslag overdrachtsbelasting en wijst de proceskosten toe aan belanghebbende.