ECLI:NL:GHARN:1999:AA1458
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebeschikking WOZ voor woning met perceel in uiterwaarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van ƒ270.000 voor zijn woning met een perceel in de uiterwaarden van de Maas, vastgesteld per peildatum 1 januari 1995.
Het college had de waarde gebaseerd op een taxatierapport van 26 februari 1998, waarbij vergelijkingsprijzen van andere woningen aan het winterbed van de Maas werden gebruikt. Belanghebbende voerde onder meer aan dat de inhoud van de woning onjuist was berekend, dat de watersnood van 1995 een waardevermindering rechtvaardigde en dat bodemverontreiniging aanwezig was.
Het hof oordeelde dat de inhoudsberekening slechts gering verschilde en dat de watersnood na de peildatum plaatsvond, zodat deze geen invloed mocht hebben op de waardebepaling volgens artikel 19 van Pro de WOZ. De bodemverontreiniging was weliswaar aanwezig op de peildatum, maar de ontdekking daarvan vond na de peildatum plaats, waardoor dit geen grond was voor aanpassing van de waarde op basis van artikel 19. Het hof bevestigde de waardebeschikking en wees het verzoek tot restitutie van griffierecht af.
De uitspraak werd op 25 februari 1999 door het Gerechtshof Arnhem gedaan, waarmee het bezwaar van belanghebbende werd verworpen.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de WOZ-waardebeschikking van ƒ270.000 en wijst het bezwaar van belanghebbende af.