ECLI:NL:GHARN:1999:AA1351
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- M.C.M. de Kroon
- J.A. Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag en aftrek buitengewone lasten bij co-ouderschap
Belanghebbende, gescheiden en co-ouder van twee kinderen, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 1993 waarin aftrek van buitengewone lasten wegens kinderbijslag werd geweigerd. De kinderen verbleven wisselend bij beide ouders, maar de kinderbijslag werd volledig aan de moeder uitbetaald op grond van een mondelinge overeenkomst tussen de ex-echtgenoten die niet bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) was gemeld.
Na verwijzing door de Hoge Raad onderzocht het hof of belanghebbende zijn recht op kinderbijslag kon geldend maken. Het hof stelde vast dat beide ouders recht op kinderbijslag hadden, maar dat de uitbetaling aan de moeder plaatsvond omdat de kinderen op de peildata bij haar verbleven. Er was geen geldige overeenkomst met de SVB die betaling aan belanghebbende mogelijk maakte.
Het hof oordeelde dat belanghebbende zijn recht op kinderbijslag niet kon doen gelden in de zin van daadwerkelijke uitbetaling en dat de weigering van aftrek wegens buitengewone lasten door de inspecteur terecht was. De redelijkheid en billijkheid van de wet kon het hof niet toetsen; belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid van een hardheidsclausule bij de Minister van Financiën.
Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren te Arnhem op 18 oktober 1999.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen recht had op uitbetaling van kinderbijslag en weigert aftrek van buitengewone lasten.