ECLI:NL:GHARN:1998:AA3941
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J. Matthijssen
- Lamens
- F.J.M.P. Haas
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van reiskostenvergoeding en vertrouwensbeginsel bij inkomstenbelastingaanslag
Belanghebbende, woonachtig in *Z en werkzaam bij *B B.V., kreeg over 1996 een reiskostenvergoeding van ¦ 43.555,- voor 82.963 kilometer tegen 52,5 cent per kilometer. Hij voerde daarnaast 7,5 cent per kilometer als aftrekbare kosten op. De inspecteur stelde dat het kantoor te *Q als arbeidsplaats geldt, waardoor 35.690 kilometer onder het reiskostenforfait valt en een deel van de vergoeding als belastbaar inkomen moet worden gerekend.
Belanghebbende voerde aan dat het vertrouwensbeginsel geldt vanwege een eerder onderzoek in 1993 waarbij zakelijke kilometers konden worden vergoed indien nauwkeurig bijgehouden. De inspecteur stelde dat dit onderzoek geen standpuntbepaling inhield en dat relevante jurisprudentie sinds 1993 het standpunt heeft gewijzigd.
Het hof oordeelt dat het verslag van het onderzoek in 1993 geen weloverwogen standpunt van de inspecteur over het reiskostenforfait bevatte en dat het vertrouwensbeginsel daarom niet van toepassing is. De aanslag wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 1996 bevestigd.