ECLI:NL:GHARN:1998:AA1344

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
26 mei 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
97/22544
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Lamens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 Wet WOZArt. 16 Wet WOZArt. 3:3 BW
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging waardering stacaravan als onroerende zaak voor WOZ-belasting

Belanghebbende was eigenaar en gebruiker van een kavel met daarop een stacaravan, die uitsluitend recreatief werd gebruikt. Het geschil betrof de vraag of de stacaravan als onroerende zaak kon worden aangemerkt volgens de Wet WOZ en de waarde daarvan.

Het hof oordeelde dat de caravan duurzaam met de grond verenigd is, mede gelet op de aard, inrichting en de langdurige aanwezigheid van twintig jaar. De caravan werd als gebouwd eigendom beschouwd. De waarde in het economische verkeer werd vastgesteld op ƒ68.000,-, gebaseerd op een taxatierapport en vergelijkingspanden.

Belanghebbende voerde aan dat de caravan een roerende zaak was en dat de waarde te hoog was vastgesteld, maar het hof verwierp deze grieven. Ook de proceskosten werden toegewezen aan belanghebbende wegens het ongegrond verklaren van het bezwaar door de ambtenaar.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de stacaravan als onroerende zaak wordt gewaardeerd op ƒ68.000,- en wijst het bezwaar van belanghebbende af.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
zesde enkelvoudige belastingkamer
nr. 97/22544
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : *X
te : *Z
ambtenaar : Burgemeester en Wethouders van de gemeente *P
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 20 november 1997 op bezwaarschrift
beschikking : Wet WOZ, beschikkingnummer *1
tijdvak : 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000
mondelinge behandeling : op 12 mei 1998 te Harderwijk door mr. Lamens, raadsheer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier
waarbij verschenen : belanghebbende en zijn echtgenote, bijgestaan door *A, alsmede, namens de ambtenaar, *B, chef financieel beleid en belastingen van de gemeente *P, bijgestaan door *C, taxateur te *Hengelo (O)*R
gronden:
1. Bij brief van 19 april 1998, blijkens afstempeling ingekomen ter griffie van het gerechtshof op 21 april 1998, heeft belanghebbende gereageerd op het hem door het hof toegezonden vertoogschrift van de ambtenaar. Belanghebbende heeft de voorzitter van het hof daarbij niet verzocht hem toe te staan een conclusie van repliek in te zenden. De brief is het hof eerst op 26 mei 1998 door een medewerker van de griffie ter kennis gebracht. Aangezien belanghebbende in de brief geen onderwerpen aan de orde heeft gesteld, die niet ook ter zitting ter sprake zijn gekomen, ziet het hof geen aanleiding de mondelinge behandeling te heropenen. De brief zal, nu de ambtenaar hiervan geen kennis heeft kunnen nemen, niet als gedingstuk in aanmerking worden genomen.
2. Belanghebbende was op 1 januari 1997 eigenaar en feitelijk gebruiker van een kavel grond, kadastraal bekend gemeente *P, sectie *2, perceel *2. Het stuk grond heeft een oppervlakte van 459 m2. De kavel, plaatselijk bekend als *a-weg 26-019 te *Q, gemeente *P, maakt deel uit van het recreatiepark "*D", gelegen aan de *a-weg te *Q. Het park wordt beheerd door een door de parkeigenaren in het leven geroepen stichting. Het onderhoud op het terrein en de aanleg van de openbare voorzieningen in het park vinden in eigen beheer door de stichting plaats. Op het terrein staat een aantal soortgelijke verblijven als dat van belanghebbende.
3. Op de kavel van belanghebbende bevindt zich een stacaravan, bij belanghebbende uitsluitend in recreatief gebruik. De inhoud van deze caravan bedraagt 110 m3. Na 1 januari 1995, de hier aan de orde zijnde waardepeildatum, is op de kavel een carport geplaatst. De caravan bestaat uit een entree, een woonkamer met keukenblok, een bergruimte, een slaapkamer en een badcel met toilet. Naast de stacaravan is een vrijstaande houten bergruimte opgetrokken. De stacaravan is aangesloten op het rioolstelsel en op de distributienetten voor gas, water en electra. De caravan, die 20 jaar geleden is geplaatst en sedertdien niet is verplaatst, beschikt nog over de wielen, doch rust op bielzen.
Onroerende zaak
4. Partijen twisten allereerst over de vraag of de caravan is te beschouwen als een onroerende zaak in de zin van artikel 1, lid 1, en artikel 16, van de Wet waardering onroerende zaken.
5. Voor de betekenis van het begrip "onroerende zaak" moet worden aangesloten bij artikel 3:3 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Als onroerend hebben volgens die bepaling onder meer te gelden de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd.
6. Een gebouw kan - gelet op HR 31 oktober 1997, nr. 16404, NJ 1998/97 - duurzaam met de grond verenigd zijn doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Niet van belang is dan meer dat technisch de mogelijkheid bestaat om het bouwsel te verplaatsen. Bij de beantwoording van de vraag of een gebouw of een werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer of degene in wiens opdracht het bouwwerk wordt aangebracht, voor zover deze naar buiten kenbaar is.
7. De caravan van belanghebbende is naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. De caravan, die zich - blijkens de foto's - niet onderscheidt van een houten vakantiewoning, is geplaatst op een voldoende afgescheiden kavel met een tuin en een carport. De caravan is indertijd, afgaande op het feit dat deze reeds twintig jaar ter plaatse is, klaarblijkelijk geplaatst met de bedoeling om daar duurzaam aanwezig te blijven. Belanghebbende wenst daarin geen verandering te brengen. De caravan is dan als een onroerende zaak te beschouwen en wel als een gebouwd eigendom.
Waarde
8. In de beschikking is de waarde in het economische verkeer van de gebouwde eigendom van belanghebbende gesteld op f. 68.000,-. De ambtenaar heeft voor die waarde steun gezocht in het door *C voornoemd op 26 februari 1998 uitgebrachte taxatierapport. *C heeft daartoe de zaak op 9 februari 1998 zowel inwendig uit uitwendig opgenomen. Volgens het rapport bedroeg de waarde in het economisch verkeer van belanghebbendes onroerende zaak op de peildatum f. 70.000,-. Het rapport maakt nog melding van twee vergelijkingspanden. Beide zijn in 1995 voor prijzen boven de ƒ 70.000,- verkocht.
9. De ambtenaar maakt met hetgeen hij aanvoert naar het oordeel van het hof aannemelijk, dat de waarde in het economische verkeer van belanghebbendes onroerende zaak op 1 januari 1995 f. 68.000,- bedroeg.
10. Belanghebbende, die geen taxatierapport of andere gegevens van gelijk gewicht heeft overgelegd, maakt tegenover het gemotiveerde standpunt van de ambtenaar niet aannemelijk, dat de waarde van de gebouwde eigendom te hoog is vastgesteld. Belanghebbende, die bij de berekening van de door hem bepleite waarde van f. 35.000,- uitsluitend de waarde van de grond in aanmerking neemt laat, gezien het onder punt 6. door het hof gegeven oordeel, ten onrechte de waarde van de stacaravan in de waarde van de onroerende zaak buiten beschouwing.
11. Aan de grief van belanghebbende, dat de door de ambtenaar gehanteerde vergelijkingspanden niet als zodanig kunnen worden aangemerkt, omdat zijn stacaravan een roerende zaak zou betreffen, moet, eveneens gezien het onder punt 6. opgenomen oordeel van het hof eveneens worden voorbij gegaan. Het hof acht het oordeel van de taxateur, dat genoemde onroerende zaken als vergelijkingsobjecten kunnen dienen, aannemelijk.
12. Aan de grief van belanghebbende betreffende de waardestijging tussen de vorige peildatum, 1 januari 1991, en de huidige waardepeildatum (van f. 23.000,- naar f. 68.000,-) dient eveneens te worden voorbijgegaan, omdat uitsluitend de waarde per 1 januari 1995 ter beoordeling van het hof staat.
13. Belanghebbende maakt tenslotte tegenover de betwisting door de ambtenaar niet waar, dat de ambtenaar bij de waardering van andere onroerende zaken binnen de gemeente *P in het kader van de wet WOZ de waarde van opstallen vergelijkbaar met die van belanghebbende voor de waardering van de betreffende onroerende zaken buiten aanmerking heeft gelaten.
proceskosten:
De ambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar onder meer overwogen, dat het WOZ-object van belanghebbende als roerend is aan te merken, dat bij de oorspronkelijke taxatie alleen de grondwaarde is berekend en dat de waarde in het economische verkeer van belanghebbendes WOZ-object te hoog is vastgesteld. Vervolgens heeft de ambtenaar het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. In deze omstandigheden ziet het hof aanleiding om de ambtenaar te veroordelen in de proceskosten, die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Het hof zal verder de teruggave aan belanghebbende van het griffierecht gelasten. Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten fiscale procedures te berekenen op f. 35,-- aan reis- en verblijfkosten.
beslissing:
Het gerechtshof
- bevestigt de uitspraak van de ambtenaar.
– gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van f. 80,-- te vergoeden;
– veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van f. 35,--, te vergoeden door de gemeente *P.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 26 mei 1998 door mr. Lamens, raadsheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van Wagener als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(N.Th. Wagener)(J. Lamens)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 3 juni 1998