ECLI:NL:GHARN:1998:AA1298
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek verbouwingskosten woning als kosten van levensonderhoud
Belanghebbende kocht een woning met een levenslang zakelijk recht van gebruik en bewoning voor zijn ouders. Na het overlijden van zijn vader nam belanghebbende de zorg voor zijn moeder op zich en besloot hij de woning te verbouwen om samen met zijn gezin en moeder te kunnen wonen. De verbouwingskosten bedroegen circa 40.000 gulden, waarvan belanghebbende een bedrag van 39.200 gulden als aftrekbare kosten van levensonderhoud opvoerde in de aangifte inkomstenbelasting 1994.
De inspecteur betwistte deze aftrek en het geschil kwam voor het Gerechtshof Arnhem. Het hof overwoog dat de verbouwingskosten geheel in de vermogenssfeer liggen en niet als geldelijk verlies kunnen worden aangemerkt, maar leiden tot duurzame waardevermeerdering van de woning. Dit oordeel is gebaseerd op eerdere arresten van de Hoge Raad. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de voorzieningen na het overlijden van de moeder geen waarde zouden hebben voor een derde koper.
Het hof verwierp het primaire standpunt van belanghebbende en bevestigde de uitspraak van de inspecteur. Ook andere aangevoerde standpunten faalden omdat zij steunden op de veronderstelling dat het primaire standpunt juist was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verbouwingskosten niet als aftrekbare kosten van levensonderhoud kunnen worden beschouwd.