ECLI:NL:GHARN:1995:AA4680
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Mr. Matthijssen
- Prof. Dr. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werktuigenvrijstelling en vaststelling heffingsgrondslag onroerende-zaakbelastingen elektriciteitscentrale
Het geschil betreft de aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 1989 opgelegd aan N.V. X voor haar elektriciteitscentrale. Belanghebbende betwist de waardering van de heffingsgrondslag, met name de classificatie van havenkranen als roerende zaken en de toepassing van de werktuigenvrijstelling op onderdelen van het complex.
Het hof beoordeelt uitgebreid de aard van de diverse installaties en gebouwen, waarbij het arrest van de Hoge Raad richtinggevend is voor de interpretatie van 'gebouwd eigendom' en de werktuigenvrijstelling. De ketel, turbine en generator worden als zelfstandige gebouwde eigendommen aangemerkt, evenals de havenkranen die, ondanks hun beweegbaarheid op rails, duurzaam ter plaatse zijn bestemd.
Belanghebbende voert aan dat de gecorrigeerde vervangingswaarde te hoog is vastgesteld vanwege functionele veroudering en verliesgevendheid, maar het hof acht de door de gemeentelijke taxateur gehanteerde afschrijvingspercentages en waarderingen aannemelijk. De werktuigenvrijstelling wordt slechts beperkt toegepast op apparatuur in de centrale bedieningskamer.
De aanslagen worden verminderd tot bedragen berekend naar een aangepaste heffingsgrondslag conform het taxatierapport, en belanghebbende krijgt proceskosten toegekend. Het hof bevestigt dat de havenkranen en grote installaties als gebouwd eigendom gelden en niet onder de werktuigenvrijstelling vallen.
Uitkomst: De aanslagen onroerende-zaakbelastingen worden verminderd tot bedragen berekend naar een aangepaste heffingsgrondslag conform het taxatierapport; de werktuigenvrijstelling wordt slechts beperkt toegepast.