Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- als reguliere zorgregeling vastgesteld:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2018 getrouwd met huwelijkse voorwaarden en hebben een minderjarige gezamenlijk. Na hun echtscheiding in mei 2025 is een zorgregeling, inschrijving in de BRP, partneralimentatie en vermogensrechtelijke afwikkeling vastgesteld door de rechtbank. De man kwam in hoger beroep tegen de zorgregeling, inschrijving BRP, partneralimentatie en woningverdeling. De vrouw kwam in incidenteel hoger beroep met eigen verzoeken.
Het hof vernietigt de zorgregeling van de rechtbank wegens onduidelijkheid en stelt een week-op-week-af regeling vast met overdracht op vrijdagochtend. De inschrijving van het kind in de BRP blijft op het adres van de vrouw. Het verzoek van de vrouw om vervangende toestemming voor verhuizing wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen concreet verhuisplan is.
De partneralimentatie wordt vastgesteld op €3.515 per maand met ingang van 22 mei 2025, geïndexeerd naar €3.677 per maand per 1 januari 2026. De man is arbeidsongeschikt en heeft een aanvullende behoefte. De draagkracht van de vrouw is berekend op basis van haar werkelijke rendementen. De vermogensrechtelijke afwikkeling wordt grotendeels bekrachtigd, waarbij de man zijn aandeel in de woning overdraagt aan de vrouw onder betaling van €16.816,78. Een dwangsom wordt opgelegd bij niet-naleving.
Uitkomst: Het hof stelt een nieuwe week-op-week-af zorgregeling en partneralimentatie van €3.515 per maand vast, wijst het verzoek tot vervangende toestemming verhuizing af en bekrachtigt de vermogensrechtelijke afwikkeling met dwangsom.