Uitspraak
Vastgoed,
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure bij het hof
- het tussenarrest van 20 augustus 2024, waarbij een mondelinge behandeling is gelast, die op verzoek van partijen niet heeft plaatsgevonden;
- de memorie van grieven tevens houdende overlegging producties;
- de memorie van antwoord;
- de dagbepaling voor het houden van een mondelinge behandeling
- het verslag (proces-verbaal) van de (enkelvoudige) mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarbij ook producties van de zijde van Vastgoed zijn overgelegd.
€ 15.450,- schadevergoeding wegens respectievelijk misgelopen winst en gemaakte interne kosten. Subsidiair vordert zij [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding van de door haar en Tempus Bene 2 BV (hierna: Tempus Bene) geleden en nog te lijden schade op te maken bij staat.
Bij de kantonrechter had Vastgoed ook gevorderd dat wordt uitgesproken (‘voor recht verklaard’) dat [geïntimeerde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door ten laste van haar beslag te leggen zoals hij heeft gedaan. Die - door de kantonrechter toegewezen - vordering heeft zij bij het hof niet herhaald. Omdat tegen het oordeel van de kantonrechter op dit punt geen beroep is ingesteld, staat dit oordeel van de kantonrechter bij het hof niet ter discussie. Aan het feit dat Vastgoed de vordering niet heeft herhaald, zullen dan ook geen gevolgen worden verbonden.
2.De kern van de zaak
2.3 Het hof zal beslissen dat de vorderingen van Vastgoed niet toewijsbaar zijn en zal het vonnis van de kantonrechter om die reden bekrachtigen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd. Het hof zal eerst de relevante feiten vaststellen en daarna de standpunten van partijen bespreken. In dat verband zal het hof ook de bezwaren (‘grieven’) van Vastgoed tegen het vonnis van de kantonrechter bespreken.
3.De relevante feiten3.1 Vastgoed is rechthebbende op het recht van erfpacht betreffende een perceel aan de Trekweg 21 in Almere. Op het perceel is een evenementenhal gebouwd. In die hal worden onder meer Surinaamse en Hindoestaanse feesten en bruiloften gehouden. De hal werd geëxploiteerd door Royal Event Centre B.V. (hierna: REC). REC was ook aandeelhouder van Vastgoed.3.2 [geïntimeerde] was vanaf 1 april 2015 bij REC in dienst. REC heeft hem op 4 december 2019 op staande voet ontslagen. REC heeft dat ontslag ingetrokken. De arbeidsovereenkomst is per 1 mei 2020 met wederzijds goedvinden geëindigd.3.3 [geïntimeerde] meende dat hij nog aanspraak had op betaling van bijna € 107.000,- netto aan salaris en overuren over de periode 1 april 2015 tot en met 31 maart 2018 (periode 1) en van ruim € 23.000,- over de periode 1 april 2018 tot en met 30 september 2019 (periode 2). Volgens [geïntimeerde] was hij in periode 1 niet alleen bij REC maar ook bij Vastgoed in dienst.3.4 REC heeft haar aandelen in Vastgoed op 3 februari 2022 verkocht aan TempusBene 2 B.V. (hierna: Tempus Bene) tegen een koopprijs van € 854.704,-. De levering vond plaats op 7 maart 2022. In de specificatie van deze koopprijs, die als bijlage aan het koopcontract is gehecht, wordt uitgegaan van een waarde van het onroerend goed van€ 1.930.000,-. Bij de berekening van de koopsom is ook rekening gehouden met de overname van een latente belastingclaim van € 80.000,-.3.5 De bestuurders van Tempus Bene en van Ton’s Vastgoed B.V. hebben op 22 april 2022 een beknopt (één pagina) schriftelijk stuk - aangeduid als ‘heads of terms’ - ondertekend, waarin zij verklaren dat Tempus Bene de aandelen in Vastgoed ‘en daarmee het vastgoedobject Evenementenhal Rey Events gelegen te Almere’ voor € 2.189.000,- aan Ton’s Vastgoed B.V. verkoopt. Volgens het stuk wordt ‘Het object’ overgedragen inclusief de volledige inboedel, alle vastgelegde boekingen op het moment van de overdracht en alle gerelateerde domeinnamen en bijbehorende sociale media accounts. De levering zal op1 september 2022 plaatsvinden.3.6 Op 24 juni 2024 heeft [geïntimeerde] ten laste van Vastgoed conservatoir (derden)beslag doen leggen op het recht op erfpacht betreffende het perceel aan de Trekweg 21 in Almere en onder de Rabobank.3.7 Op 28 juli 2022 hebben een van de bestuurders van Tempus Bene en de bestuurder van Ton’s Vastgoed B.V. een beknopte schriftelijke verklaring ondertekend, waarin is vermeld dat zij afzien van de overeenkomst van 22 april 2022. In deze verklaring is vermeld:“De oorzaak van de ontbinding is een beslaglegging die vooraf niet bekend noch besproken was”3.8 [geïntimeerde] heeft REC en Vastgoed gedagvaard voor de kantonrechter en onder meer betaling gevorderd van de in 3.3 vermelde bedragen, met rente en kosten. In reconventie heeft Vastgoed opheffing van de ten laste van haar gelegde beslagen, een verklaring voor recht dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Vastgoed en Tempus Bene door ten laste van Vastgoed beslag te leggen en betaling van € 259.000,- schadevergoeding aan Vastgoed althans verwijzing naar de schadestaat gevorderd. In de toelichting op deze vordering in de conclusie van eis in reconventie heeft Vastgoed opgemerkt dat de vorderingen ten behoeve van Tempus Bene worden ingesteld door Vastgoed op basis van een door Tempus Bene aan Vastgoed verstrekte last tot inning, waarbij Vastgoed de vorderingen int in eigen naam ten behoeve van Tempus Bene.3.9 In een tussenvonnis van 8 november 2023 heeft de kantonrechter de vorderingen van [geïntimeerde] tegen REC in conventie gedeeltelijk toegewezen en die tegen Vastgoed afgewezen. De kantonrechter heeft de beslissing op de vorderingen van Vastgoed in reconventie aangehouden. In het eindvonnis van 14 februari 2024 heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Vastgoed door ten laste van Vastgoed beslag te leggen, maar heeft zij de andere vorderingen van Vastgoed afgewezen.
4.De beoordeling van het geschil
de overige vorderingen’ afgewezen. Daaronder vallen de vorderingen tot schadevergoeding, dan wel verwijzing naar de schadestaat, en ook de vordering om voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Tempus Bene.
4.10 Gezien het voorgaande kan in het midden blijven of de transactie inderdaad niet is doorgegaan vanwege het gelegde beslag en of als daarvan sprake is geweest daardoor schade is geleden en, zo ja, op welke wijze die schade moet worden begroot. Ook de vraag of nu sprake is van afgeleide schade of van directe schade kan verder onbesproken blijven. Overigens geldt zowel voor afgeleide als voor directe schade dat de vordering tot vergoeding van deze schade alleen toewijsbaar is wanneer het gelegde beslag ook onzorgvuldig is jegens Tempus Bene. Van dat laatste is nu juist niet gebleken.
. [3]