ECLI:NL:GHARL:2026:687

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
Wahv 200.356.151/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor snelheidsovertreding bij gelijktijdige meting van drie voertuigen

De betrokkene werd beboet voor het rijden met een snelheid van 136 km/u waar 100 km/u was toegestaan op de A325 te Elst. De snelheid werd vastgesteld door een ambtenaar die drie voertuigen gelijktijdig mat, waaronder het voertuig van de betrokkene. De kantonrechter matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn en kende een proceskostenvergoeding toe.

In hoger beroep voerde de gemachtigde van de betrokkene aan dat de meting niet rechtsgeldig was omdat niet kon worden vastgesteld welk voertuig precies was gemeten. Het hof oordeelde dat noch de wet noch jurisprudentie het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen verbiedt. De verklaring van de ambtenaar en het dossier tonen voldoende aan dat het voertuig van de betrokkene is gemeten.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De boete van € 327,- blijft van kracht. Het arrest werd gewezen door mr. Beswerda en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden op 6 februari 2026.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gematigde boete van € 327,- voor snelheidsovertreding en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.356.151/01
CJIB-nummer
: 257313898
Uitspraak d.d.
: 6 februari 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 20 mei 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard, de feitcode gewijzigd naar VM036 en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 327,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 436,- voor: “VL036a – 36 km per uur rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 april 2023 om 09.54 uur op de A325 in Elst met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft de feitcode gewijzigd naar VM036a en het bedrag van de sanctie gematigd tot € 327,- omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de meting van de snelheid niet op een geldige wijze heeft plaatsgevonden. De ambtenaar verklaart dat de ambtenaar is begonnen met meten op een witte Volkswagen Tiguan en is geëindigd met het meten van twee Audi’s. Hij kan niet aangeven welk voertuig achterop reed en welk voertuig hij gemeten heeft. Uit de verklaring blijkt dat hij in één meting wellicht drie voertuigen heeft gemeten. Daarbij komt dat uit de verklaring niet blijkt dat hij überhaupt het voertuig van de betrokkene heeft gemeten. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld.
4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijk snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 145.
Snelheid volgens kalibratietabel: 141.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 136.
Toegestane snelheid: 100.
Overschrijding met: 36.
Meetafstand: 1000,00 m.
Tussenafstand: 200 m. (…)
Reden geen staandehouding: voertuig reed in een colonne van drie auto’s. Alleen de voorste auto is staande gehouden.”
6. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar onder meer verklaart:
“Ter hoogte van knooppunt Ressen zag ik een voertuig op de linker rijstrook (rijstrook 1) rijden die op mij uitliep, wat inhoudt dat de afstand tussen mij en dit voertuig groter werd terwijl mijn snelheid constant bleef. Hierop besloot ik dit voertuig te volgen om zodoende de snelheid van dit voertuig te kunnen meten. Dit voertuig betrof een personenauto van het merk Volkswagen, type Tiguan in de carrosseriekleur wit. Ik zag dat dit voertuig op enig moment, ik meen na de afslag Elst, invoegde naar de rechterrijstrook (rijstrook 2). Ik zag dat achter dit voertuig twee andere personenauto’s reden. Ik zag dat deze voertuigen met dezelfde snelheid reden als de eerdergenoemde witte Volkswagen Tiguan. Ik zag dat de onderlinge afstand tussen de witte Volkswagen Tiguan en de twee volgende voertuigen gelijk bleef. Ik zag dat de boordsnelheidsmeter van mijn dienstvoertuig een snelheid van 145 kilometer per uur aangaf. Ik zag dat de voertuigen achter de witte Tiguan twee personenauto’s waren van het merk Audi, zijnde een type A3 en een type A5 met het kenteken [kenteken] . In welke volgorde deze twee auto’s reden kan ik mij nu, ruim een maand later, niet herinneren.
Aangezien ik een zogeheten ‘solodienst’ draaide en ik zodoende alleen in de dienstauto reed was het niet mogelijk om alle drie de auto’s een stilhoudingsvordering te geven.”
Bij het proces-verbaal is de kalibratietabel van het dienstvoertuig gevoegd.
7. Het verweer van de gemachtigde treft geen doel. Het overweegt daartoe als volgt. In het arrest van 17 mei 2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:3413) heeft het hof herhaald dat noch uit de wet, noch uit jurisprudentie blijkt dat het gelijktijdig meten van meerdere voertuigen niet is toegestaan.
Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat hij drie voertuigen tegelijk heeft gemeten met een (vrijwel) gelijkblijvende tussenafstand. Daarnaast zijn de meetafstand en de volgafstand vermeld in het zaakoverzicht. De ambtenaar verklaart verder over het voertuig van de betrokkene als één van de drie gevolgde voertuigen en noemt daarbij het kenteken. Dat het voertuig van de betrokkene niet is gemeten, zoals de gemachtigde stelt, kan het hof dan ook niet volgen. De stelling van de gemachtigde dat in één meting drie voertuigen zijn gemeten, is onvoldoende om aan de waarneming van de ambtenaar en de aanwezige gegevens te twijfelen. Daarom is genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.