ECLI:NL:GHARL:2026:651

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
200.361.441/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 onder a en b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens gezinsproblematiek

De moeder van drie minderjarige kinderen is in hoger beroep gegaan tegen de ondertoezichtstelling van twee van haar kinderen, die door de kinderrechter was opgelegd vanwege ernstige zorgen over hun ontwikkeling en de onstabiele thuissituatie. De moeder erkent de problematiek rond haar derde kind, maar betwist de noodzaak van ondertoezichtstelling voor de andere twee.

Het hof heeft de stukken van partijen bestudeerd en constateert dat de onrust in het gezin is toegenomen sinds het derde kind weer volledig thuis woont. De raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling maken zich zorgen over de draagkracht van de moeder en de emotionele beschikbaarheid voor de kinderen. De moeder heeft onvoldoende medewerking verleend aan het verkrijgen van inzicht in de thuissituatie en ontwikkeling van de kinderen.

Het hof oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling is voldaan, mede vanwege het overbelaste gezinssysteem en het gebrek aan vrijwillige hulpverlening. De ondertoezichtstelling wordt daarom bekrachtigd en blijft van kracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gesteld.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de twee minderjarige kinderen en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.361.441
zaaknummer rechtbank Gelderland 456197
beschikking van 5 februari 2026
over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2]
in de zaak van
[verzoekster](de moeder)
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. E. Maalsen
en
de raad voor de kinderbescherming(de raad)
die is gevestigd in Arnhem
en
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland(de GI)
die is gevestigd in Arnhem

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht gesteld tot 3 oktober 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft drie kinderen:
- [de minderjarige3] ;
- [de minderjarige1] , en
- [de minderjarige2] .
[de minderjarige3] is geboren [in] 2011, [de minderjarige1] is geboren [in] 2017 en [de minderjarige2] is geboren [in]
2024.
2.2.
De moeder heeft het gezag over de kinderen.
2.3.
[de minderjarige1] en [de minderjarige2] wonen bij de moeder. [de minderjarige3] woont bij de moeder en verbleef in de weekenden vrijwillig op de [naam1] . Vanaf 3 oktober 2022 voldeed [de minderjarige3] niet meer aan de voorwaarden voor deze woongroep en woont [de minderjarige3] weer volledig bij de moeder.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De raad heeft verzocht [de minderjarige3] , [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht te stellen voor een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden voor [de minderjarige3] .
3.2.
De kinderrechter heeft het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling van de kinderen toegewezen en het verzoek voor een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige3] afgewezen.
3.3.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 3 oktober 2025.

4.De procedure bij het hof

4.1.
De moederis het niet eens met de beslissing van de kinderrechter om [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht te stellen. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ongedaan maakt.
4.2.
De raadwil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • de stukken van de moeder ingediend op 12 december 2025
  • de stukken van de raad ingediend op 12 december 2025.
4.4.
[de minderjarige1] is uitgenodigd te vertellen wat hij vindt van de ondertoezichtstelling. [de minderjarige1] heeft niet gereageerd.
4.5.
De zitting bij het hof was op 16 december 2025. Aanwezig waren:
  • de moeder met haar advocaat
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad)
  • een vertegenwoordiger van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening.
Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen [1] . Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.
Standpunten
5.2.
De moeder vindt dat de ondertoezichtstelling voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] niet nodig is. Volgens de moeder vormt de problematiek van [de minderjarige3] de basis voor de ondertoezichtstelling en houdt de onvoorspelbare en onstabiele situatie vooral verband met zijn situatie. De moeder erkent dat zij hulp nodig heeft voor [de minderjarige3] en voert geen verweer tegen zijn ondertoezichtstelling. Volgens de moeder is er onvoldoende grond voor de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De genoemde zorgen over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn volgens de moeder niet concreet genoeg. De moeder staat bovendien open voor iedere vorm van hulpverlening waardoor het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling volgens haar niet nodig is.
5.3.
De raad vindt dat is voldaan aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling. De raad heeft zorgen over de onrust en instabiliteit in de thuissituatie. Dit komt volgens de raad voort uit de relatie tussen [de minderjarige3] en de moeder, maar [de minderjarige1] en [de minderjarige2] zijn hier getuige van. De moeder ervaart hierdoor veel stress en reageert hierdoor gespannen richting [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . De raad maakt zich zorgen over het gezinssysteem en de beschikbaarheid van de moeder voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Nu de situatie rondom [de minderjarige3] sinds de bestreden beschikking van de kinderrechter is veranderd en hij weer volledig thuis woont, omdat hij niet meer ingeschreven staat op [naam1] , nemen de spanningen in huis alleen maar toe.
Volgens de raad vraagt de moeder wel om hulp, maar beklijft de hulp niet of komen trajecten niet goed van de grond. Het lukt niet om samen met de moeder aan de gestelde doelen te werken. De raad is van mening dat het vrijwillig kader ontoereikend is, nu bij de moeder door de hulpverlening een patroon van aantrekken en afstoten wordt waargenomen.
5.4.
Volgens de GI zijn de conflicten en spanningen aan het begin van de ondertoezichtstelling na de bestreden beschikking alleen maar toegenomen doordat [de minderjarige3] niet meer welkom was op [naam1] . Omdat [de minderjarige3] vaak niet kwam en zich niet aan afspraken hield, is zijn plek aan iemand anders beschikbaar gesteld. Sindsdien woont [de minderjarige3] weer thuis. Op dit moment zoekt de GI naar een andere geschikte plek voor [de minderjarige3] , omdat de moeder heeft aangegeven dat [de minderjarige3] niet langer thuis kan wonen.
De GI heeft voorafgaand aan de zitting bij het hof voor het eerst contact gehad met [de minderjarige2] . De moeder wil niet dat de GI contact heeft met [de minderjarige3] en [de minderjarige1] ; zij wil eerst de uitkomst van het hoger beroep afwachten. De GI heeft hierdoor ook nog geen contact gehad met het kinderdagverblijf, de speltherapeut en de school van de kinderen. De GI heeft daarom de ontwikkeling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] nog niet goed in beeld. De GI maakt zich wel grote zorgen. Volgens de GI is het, zonder ondertoezichtstelling, moeilijk om zicht te houden op de ontwikkeling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en is alleen daarom deze maatregel al nodig.
Wat vindt het hof?
5.5.
Het hof vindt net als de kinderrechter dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onder toezicht moeten worden gesteld. Het hof is van oordeel dat voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling. Het hof maakt zich zorgen om het overbelaste gezinssysteem waarin [de minderjarige1] en [de minderjarige2] opgroeien. De problemen van [de minderjarige3] vragen veel van de moeder en het gezinssysteem waarvan [de minderjarige1] en [de minderjarige2] onderdeel uitmaken. Nu [de minderjarige3] weer volledig thuis woont is de druk op het gezinssysteem toegenomen. Er zijn zorgen over de draagkracht en draaglast van de moeder en haar emotionele beschikbaarheid.
5.6.
Het baart het hof ook zorgen dat de GI [de minderjarige1] nog niet heeft gesproken en geen contact heeft gehad met de betrokken hulpverleners en instanties. De moeder heeft hier tot op heden nog geen toestemming voor gegeven. De moeder heeft de afgelopen maanden ruimschoots de gelegenheid gehad om de GI inzicht te verschaffen in de thuissituatie en de ontwikkeling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Zij heeft dit bewust niet gedaan. Hierdoor is niet vast te stellen welke gevolgen de belaste gezinsdynamiek voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben en of er hiervoor hulpverlening moet worden ingezet. De zorg bestaat dat wanneer de kinderen niet de zorg en hulp krijgen die zij nodig hebben, zij zich niet leeftijdsadequaat kunnen ontwikkelen en hun ontwikkeling hierdoor stagneert. De moeder heeft nagelaten om hier ook maar enig inzicht in te verschaffen. Het hof heeft er mede hierom onvoldoende vertrouwen in dat de moeder in het vrijwillig kader de noodzakelijke hulp voor de kinderen en haarzelf (bijvoorbeeld opvoedondersteuning) zal inschakelen. Professionele en deskundige hulpverlening in het gedwongen kader is daarom op dit moment noodzakelijk.
De beslissing van de kinderrechter zal in stand blijven (worden bekrachtigd).
Uitvoerbaar bij voorraad
5.7.
De beslissing in deze uitspraak kan ook worden uitgevoerd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

6.De beslissing

Het hof:
6.1.
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland van
3 oktober 2025 over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, K.A.M. van Os-ten Have en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.

Voetnoten

1.artikel 1:255 lid 1 onder Pro a en b BW