Uitspraak
[appellant],
de VvE,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.Het oordeel van het hof
- een subsidie van € 17.000,- die vanaf 1 juni 2021 is aan te vragen en die gebruikt kan worden om de woning te verduurzamen en ook (alsnog),
- een subsidie van € 13.000,- die vanaf 23 september 2023 is aan te vragen en die vrij te besteden is.
‘Vaststelling subsidiebedrag per woning’. Dit agendapunt heeft aan de besluitvorming tijdens de alv ten grondslag gelegen. In de notulen van de alv staat in verband met dit agendapunt naar aanleiding van de vraag van de voorzitter aan alle aanwezige leden, hoeveel zij van hun subsidiegeld willen afdragen aan de VvE dat
‘alle aanwezige leden bereid zijn’€ 15.000,- aan de VvE af te dragen. Deze woorden worden in de notulen direct gevolgd door
‘Alle aanwezige leden tekenen het besluit € 15.000 af te dragen aan de VvE’.Tijdens de alv is vervolgens, zoals in de agenda voor de vergadering onder punt 3 was aangekondigd en in de notulen dus ook is weergegeven, het besluit van de VvE schriftelijke vastgelegd en ondertekend door de aanwezigen. Weergegeven is dat sprake is van ‘
Bevestiging van het besluit (...) om een bedrag van € 15.000,- te storten’voor versterking en opwaardering van de flat. Naar het hof begrijpt moet deze schriftelijke bevestiging waarmee de stemming over het besluit is vastgelegd, worden beschouwd als de uitwerking of precisering van het besluit zoals dat tijdens de vergadering is genomen en in de notulen is weergegeven, dit te meer nu de bij de alv aanwezigen onder deze schriftelijke weergave van het besluit hun handtekening hebben gezet.
per woning’, is het hof van oordeel dat het besluit, zoals dat in de notulen is weergegeven in de zin
‘Alle aanwezige leden tekenen het besluit € 15.000 af te dragen aan de VvE’ aldus moet worden verstaan dat iedere appartementseigenaar € 15.000,- moet betalen aan de VvE. Redengevende feiten of omstandigheden die tot een andere conclusie moeten leiden, zijn onvoldoende door [appellant] aangevoerd.
te investeren in de vve-pot’. [appellant] , die bij die alv aanwezig was, was daartoe ook bereid, zo blijkt uit de notulen van de vergadering. Op 26 oktober 2022 vraagt de voorzitter van het bestuur van de VvE aan [appellant] naar aanleiding van de aangekondigde verkoop door de notaris, wat er met de subsidiegelden gaat gebeuren. [appellant] schrijft op 29 oktober 2022, in strijd met hetgeen is afgesproken tijdens de alv van 7 juni 2022 en waaraan hij zich in beginsel had gecommitteerd, dat € 17.000,- al was geïnvesteerd en dat € 13.000,- vrij te besteden was en dat hij dat ook ging doen. Uit het voorgaande is op te maken dat [appellant] , ondanks zijn weigering, wel degelijk wist dat de bedoeling was dat een deel van de subsidie zou worden aangegrepen voor een investering door alle appartementseigenaren in de ‘
vve-pot’. Dat dit de bedoeling was, volgt ook uit de agenda voor de vergadering van 7 november 2022 die [appellant] vooraf aan de alv heeft ontvangen en waarop onder 3 de vaststelling van het subsidiebedrag ‘
per woning’wordt aangekondigd. [appellant] begreep ook dat het om een vast te stellen bedrag per woning ging, gezien zijn reactie op deze agenda van 3 november 2022 waar hij schrijft
‘de 13000,00 is een vrij te besteden bedrag die ga ik dus ook niet storten!’. Ook uit zijn reactie op het besluit in zijn brief aan de voorzitter van de VvE van 21 november 2022, valt op te maken dat [appellant] begreep dat het besluit inhield dat ook hij gehouden zou zijn tot betaling van het vastgestelde bedrag.