ECLI:NL:GHARL:2026:4141
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering uithuisplaatsing in netwerkpleeggezin van oma
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het netwerkpleeggezin van de oma ten onrechte niet ten uitvoer mocht worden gelegd. De kinderrechter had dit verboden vanwege zorgen over de veiligheid en het beëindigen van het pleegzorgcontract door de pleegzorgaanbieder. Het hof toetste deze beslissing aan de hand van recente jurisprudentie van de Hoge Raad en uitgebreid raadsonderzoek.
De Hoge Raad stelde dat het beëindigen van een pleegzorgcontract niet automatisch betekent dat de plaatsing moet eindigen en dat een belangenafweging vereist is. Het hof concludeerde op basis van het raadsrapport dat de veiligheid van de minderjarige bij de oma voldoende was gewaarborgd en dat voortzetting van de plaatsing in het belang van het kind was. De oma toonde zich meewerkend en de situatie was gestabiliseerd.
Het hof vernietigde daarom het verbod op uitvoering van de machtiging tot uithuisplaatsing in het netwerkpleeggezin van de oma en wees het meer of anders verzochte af. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en het recht van het kind op veiligheid en continuïteit in de opvoedingssituatie.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verbod op uitvoering van de machtiging tot uithuisplaatsing en bevestigt dat de minderjarige veilig bij de oma kan blijven wonen.