Uitspraak
in [plaats1] , gemeente [gemeentenaam]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. J.X.C. Peters
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de rechtbank
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ontvangen op 18 maart 2026
- het verweerschrift
- de stukken van de vader, ingediend op 22 mei 2026
- de vader met zijn advocaat
- de moeder met haar advocaat
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming
5.Het oordeel van het hof
Op grond van artikel 1:377a lid 3 BW ontzegt de rechter het recht op omgang slechts, indien:
a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van
b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang
d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Dit betekent dat het verzoek is ingetrokken waarmee het hof aanneemt dat de vader de gronden van het hoger beroep die zien op het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de vader in dit verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren.