ECLI:NL:GHARL:2026:3439

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
Wahv 200.359.709/01 en Wahv 200.359.737/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 13a Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen dubbele sanctie voor onnodig claxonneren en ne bis in idem-toetsing

De betrokkene kreeg twee sancties opgelegd voor onnodig claxonneren op 23 december 2023, binnen één minuut en op nabijgelegen locaties in Amsterdam. Beide sancties bedroegen €160,- en werden opgelegd door verschillende ambtenaren. Betrokkene en zijn gemachtigde ontkenden de gedragingen en voerden aan dat het financieel onevenredig zwaar was.

De kantonrechter wees het beroep af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof onderzocht de verklaringen van de ambtenaren en concludeerde dat de gedragingen wel waren verricht. Omdat beide ambtenaren vanuit verschillende posities handelden en de tweede ambtenaar een tweede passage beschreef, kon niet worden uitgesloten dat één sanctie betrekking had op feiten waarvoor ook de andere sanctie was opgelegd.

Op grond van het ne bis in idem-beginsel vernietigde het hof daarom één sanctiebeschikking. De andere sanctie bleef in stand. De financiële situatie van betrokkene was onvoldoende onderbouwd om vermindering van het sanctiebedrag te rechtvaardigen. Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: Eén van de twee sancties voor onnodig claxonneren wordt vernietigd wegens mogelijke dubbele bestraffing, de andere sanctie blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummers
: Wahv 200.359.709/01 en Wahv 200.359.737/01
CJIBnummers
: 263162900 en 263162904
Uitspraak d.d.
: 29 mei 2026
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2025, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats]
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in beide zaken ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft van de geboden gelegenheid daarop te reageren geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 263162904 een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “signalen geven in een ander geval of op een andere manier dan mag”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 december 2023 om 15.07 uur op de Bos en Lommerweg thv huisnr 44 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking met CJIB-nummer 263162900 een sanctie opgelegd van € 160,- voor: “signalen geven in een ander geval of op een andere manier dan mag”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 december 2023 om 15.08 uur op de Bos en Lommerweg thv huisnr 117 in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken].
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedragingen ontkent. Hij ontkent dat hij naast de ambtenaar is gaan rijden, het raampje heeft geopend, “kankerlijer” heeft geroepen en daarbij zou hebben geclaxonneerd. Indien sprake was van dergelijk gedrag, ligt het bovendien voor de hand dat de ambtenaar onmiddellijk tot staandehouding was overgegaan. Dat is ten onrechte niet gebeurd, terwijl die mogelijkheid er wel was. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat de betrokkene is gekeerd en hem tegemoet zou zijn gereden. In dat geval had het voertuig tot stilstand moeten komen, wat de ambtenaar de gelegenheid bood om de te betrokkene aan te spreken. Daarnaast wijst de gemachtigde er op dat de betrokkene in korte tijd twee keer voor hetzelfde feit is beboet. Om 15.07 uur en 15.08 uur. Dit heeft geleid tot twee boetes. Het totaalbedrag slokt een maandinkomen van de betrokkene op. Gezien de financiële omstandigheden is dit onevenredig zwaar. Ten onderbouwing zijn verschillende stukken meegestuurd.
4. Dat een gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of een betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop ambtenaar [naam 1] zich bij de oplegging van de sanctie met CJIB-nummer 263162904 heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, bevond mij op het fietspad van de Bos en Lommerweg. Ik kwam vanuit de Haarlemmerweg in de richting van het Bos en Lommerplein. Ter hoogte van Bos en Lommerweg 44 zag ik dat betrokken voertuig naast mij kwam rijden op de rijbaan. Ik zag dat betrokken voertuig het raam van de bijrijder opende. Ik zag dat de passagier mij aankeek en een middelvinger opstak. Ik hoorde dat vanuit het betrokken voertuig “kankerlijers!” werd geschreeuwd. Ik hoorde dat het voertuig meerdere malen claxonneerde. Ik zag dat de rijbaan zowel voor als achter het voertuig vrij was. Het betrokken voertuig had geen enkele geldige reden om te claxonneren. (…)
Reden geen staandehouding: verbalisant bevond zich op een fiets en betrokkene bevond zich in een personenvoertuig. Door het snelheidsverschil was verbalisant niet in staat om een stopteken te geven.”
6. De gegevens waarop ambtenaar [naam 2] zich bij de oplegging van de sanctie met CJIB-nummer 263162900 heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, fietste op de Bos en Lommerweg, komende uit de richting van de Haarlemmerweg en gaande in de richting van de Admiraal de Ruyterweg. Ik zag dat het betrokken voertuig reed in dezelfde richting. Ik zag bij het passeren dat de bestuurder het raampje openende en ik hoorde dat hij riep: ‘kankerlijers’. Ik zag dat hij hierbij zijn middelvinger opstak. Ik hoorde dat hij hierbij ook claxonneerde. Ik zag dat hij keerde op de Bos en Lommerweg, vlak voor de kruising met de Admiraal de Ruyterweg. Ik zag dat het betrokken voertuig mij nu tegemoet kwam rijden. Ik zag dat de bestuurder mij aankeek, zijn middelvinger opstak en wederom claxonneerde. Er was geen andere reden of gevaar waarom hij claxonneerde. (…)
Reden geen staandehouding: voertuig reed met hoge snelheid weg. Ik verbalisant zat op de fiets. Door het hoge snelheidsverschil was een stopteken niet mogelijk.”
7. Het hof stelt vast dat aan de betrokkene door twee verschillende ambtenaren een sanctie is opgelegd. In wat de gemachtigde heeft aangevoerd ziet het hof geen aanleiding om te twijfelen aan hun verklaringen. Zij hebben allebei gezien en gehoord dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene onnodig claxonneerde, terwijl daar een enkele ontkenning tegenover staat. Het hof stelt dan ook vast dat de gedragingen zijn verricht.
8. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
9. Beide ambtenaren hebben verklaard dat zij op de fiets waren terwijl de gedraging is verricht met een personenauto en dat zij de betrokkene geen stopteken konden geven. Naar het oordeel van het hof volgt daar voldoende uit dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond.
10. Voor zover de gemachtigde aanvoert dat de betrokkene twee keer voor hetzelfde feit een sanctie heeft gekregen, overweegt het hof als volgt. Het ‘ne bis in idem’-beginsel houdt in dat niemand tweemaal mag worden gestraft voor hetzelfde feit. Ambtenaar [naam 2] beschrijft in zijn verklaring dat de bestuurder van het voertuig claxonneerde, het voertuig keerde en weer claxonneerde. Ambtenaar [naam 1] beschrijft dat bij het passeren meerdere malen werd geclaxonneerd. Hij verklaart niet over keren en een tweede passage. Gelet op de plek waar de ambtenaren fietsten en in welke richting zij fietsten, lijkt het er op dat zij samen waren of in elk geval vlak bij elkaar in de buurt. Nu ambtenaar [naam 2] het claxonneren bij twee verschillende passages beschrijft, valt niet uit te sluiten dat de passage die ambtenaar [naam 1] beschrijft één van die twee passages is. Dat zou betekenen dat de sanctie die hij heeft opgelegd betrekking heeft op de feiten die ambtenaar [naam 2] heeft beschreven.
11. Het hof acht het in dit stadium van de procedure niet opportuun om daar nadere informatie over op te vragen bij de ambtenaren. De advocaat-generaal, die een verweerschrift heeft uitgebracht, heeft ook geen aanleiding gezien om navraag te doen. Nu niet kan worden uitgesloten dat de sanctie die ambtenaar [naam 1] heeft opgelegd betrekking heeft op de feiten die ambtenaar [naam 2] heeft beschreven en waar een sanctie voor is opgelegd, zal het hof de inleidende beschikking met CJIB-nummer 263162904 vernietigen.
12. Het hof ziet geen aanleiding om het sanctiebedrag in de zaak met CJIB-nummer 263162900 te verlagen. Door de gemachtigde is aannemelijk gemaakt dat de betrokkene onder bewind staat. Ook wil het hof wel aannemen dat de betrokkene het niet breed heeft. De gegevens die zijn verstrekt lijken echter niet een volledig beeld te geven. De gemachtigde heeft een bedrag aan inkomen genoemd van de betrokkene (rond de € 500,- per maand) en een aantal vaste lasten, met name verzekeringen en belastingen. Het inkomen ten opzichte van de vaste lasten, waarin leefkosten voor bijvoorbeeld onderdak en voedsel niet zijn opgenomen, lijkt ontoereikend waardoor dit meebrengt dat dit niet een compleet beeld van de inkomsten en uitgaven lijkt te zijn. Wellicht is daar een verklaring voor, maar er is geen verdere toelichting gegeven. Daarom oordeelt het hof dat de financiële situatie van de betrokkene niet compleet genoeg is onderbouwd om aan te nemen dat de betrokkene met het sanctiebedrag van de resterende sanctie onevenredig hard wordt geraakt. Het hof betrekt daarbij dat voor de betrokkene (of diens bewindvoerder) de mogelijkheid bestaat om contact op de nemen met het CJIB over de mogelijkheden van een betalingsregeling.
13. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter, een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 666,- en voor het (hoger) beroep € 934,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Omdat de inleidende beschikking, de beslissing van de officier van justitie en de beslissing van de kantonrechter na 31 december 2023 zijn bekendgemaakt, wordt het bedrag van de in administratief beroep, in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep gemaakte kosten op grond van artikel 13a, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wahv vermenigvuldigd met factor 0,25. Dat de betrokkene een instapvergoeding van € 9,99 heeft betaald, maakt niet dat sprake is van een bijzonder geval (vgl. het arrest van het hof van 3 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6853). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 416,75 (= (1,5 x € 666,- x 0,5 x 0,25) + (2,5 x € 934,- x 0,5 x 0,25)).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter voor zover deze betrekking heeft op de zaak met CJIB-nummer 263162900;
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover deze betrekking heeft op de zaak met CJIB-nummer 263162904;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in die zaak gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 263162904 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 416,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.