Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak en de procedure tot nu toe
3.De toelichting op de beslissing van het hof
dievraag is wat partijen op het moment waarop zij de koop sloten over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden, en wat ieder van hen op die grond aan rechtsgevolgen kan worden toegerekend. De volgende vaststaande omstandigheden leiden het hof tot de conclusie dat [geïntimeerde] inderdaad contracteerde in het kader van zijn handelsactiviteit.
- In het Handelsregister staat [geïntimeerde] geregistreerd als eigenaar van eenmanszaak ‘ [naam1] ’
- Op de Facebookpagina van [naam1] staat dat deze eenmanszaak is gespecialiseerd in de in- en verkoop van boten
- [geïntimeerde] sluit zijn berichten van Facebook Messenger af met ‘ [naam2] ’
- De boot is op Marktplaats aangeboden door ‘ [naam3] ’
- [geïntimeerde] heeft toen meerdere boten te koop aangeboden (‘Hebben nog wel andere boten’)
- In de correspondentie met [appellant] sprak [geïntimeerde] over ‘wij’ en sloot hij af met ‘ [naam2] ’
- [geïntimeerde] heeft ingestemd met de inruil van een oude boot van [appellant] (‘inruil welkom’)
. [1]