Uitspraak
[naam1]
1.[geïntimeerde1]
2. [geïntimeerde2]
3. [geïntimeerde3]
[appellante],
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2]en
[geïntimeerde3]genoemd. [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] samen (de oorspronkelijke eisers) en [geïntimeerde1] , [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] samen worden
[geïntimeerden]genoemd.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
II. ERFSTELLING EN VERDELING