ECLI:NL:GHARL:2026:304
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte van verkrachting na vernietiging vonnis rechtbank
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigd waarin een 79-jarige verdachte was veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor verkrachting. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het op basis van de wettige bewijsmiddelen niet overtuigd was dat hij het tenlastegelegde feit had begaan.
De zaak betrof een incident op 13 juni 2022 waarbij verdachte en de benadeelde vrouw seksuele handelingen verrichtten in het busje van verdachte op het terrein van een instelling voor psychische problematiek. De benadeelde gaf aan dat de handelingen pijn deden, waarop verdachte stopte met penetratie en overstapte op andere handelingen. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist of had moeten weten dat de benadeelde op enig moment niet meer wilde deelnemen aan de seksuele handelingen.
De verklaringen van de benadeelde waren niet eenduidig over dwang en verzet, en de letsels konden volgens deskundigen zowel bij consensuele als niet-consensuele seks zijn ontstaan. De door het Openbaar Ministerie aangevoerde aanwijzingen voor dwang, zoals het wegrijden van verdachte en het terugrennen van de benadeelde naar de kliniek, waren onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van € 25.150,- gevorderd, waarvan de rechtbank € 10.150,- had toegewezen. Het hof verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering omdat verdachte niet schuldig was bevonden aan het tenlastegelegde. De kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang.