ECLI:NL:GHARL:2026:304

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
21-000977-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte van verkrachting na vernietiging vonnis rechtbank

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Gelderland vernietigd waarin een 79-jarige verdachte was veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor verkrachting. Het hof sprak de verdachte vrij omdat het op basis van de wettige bewijsmiddelen niet overtuigd was dat hij het tenlastegelegde feit had begaan.

De zaak betrof een incident op 13 juni 2022 waarbij verdachte en de benadeelde vrouw seksuele handelingen verrichtten in het busje van verdachte op het terrein van een instelling voor psychische problematiek. De benadeelde gaf aan dat de handelingen pijn deden, waarop verdachte stopte met penetratie en overstapte op andere handelingen. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist of had moeten weten dat de benadeelde op enig moment niet meer wilde deelnemen aan de seksuele handelingen.

De verklaringen van de benadeelde waren niet eenduidig over dwang en verzet, en de letsels konden volgens deskundigen zowel bij consensuele als niet-consensuele seks zijn ontstaan. De door het Openbaar Ministerie aangevoerde aanwijzingen voor dwang, zoals het wegrijden van verdachte en het terugrennen van de benadeelde naar de kliniek, waren onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

De benadeelde partij had een schadevergoeding van € 25.150,- gevorderd, waarvan de rechtbank € 10.150,- had toegewezen. Het hof verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering omdat verdachte niet schuldig was bevonden aan het tenlastegelegde. De kosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van verkrachting wegens onvoldoende bewijs van dwang.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000977-24
Uitspraakdatum: 15 januari 2026
TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 15 februari 2024 met parketnummer 05-150188-22 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1946 in [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 17 december 2025 en 15 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.P.T. Peters, en de advocaat van de benadeelde partij [benadeelde] , mr. D. Spierings, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor verkrachting veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden. Verder is de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 10.150,00.
Het hof vernietigt het vonnis omdat het tot een vrijspraak komt van het tenlastegelegde. Het hof doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 13 juni 2022 te [plaats] , althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde] , door
zijn penis in haar mond en/of haar vagina te brengen en/of de borsten en/of vagina van die [benadeelde] te betasten en/of te likken en/of zijn, verdachtes, penis en/of scrotum te laten betasten door die [benadeelde] en/of die [benadeelde] te (tong)zoenen en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte
- zich in zijn voertuig naar [instelling] , zijnde een instelling gespecialiseerd in psychische problematiek, heeft begeven en/of (redelijkerwijs) wetende dat die [benadeelde] inwoner van [instelling] was en/aldus psychische problematiek had die [benadeelde] heeft aangesproken en/of haar de weg heeft gevraagd en/of (vervolgens) heeft gevraagd in zijn voertuig te stappen en/of
- toen die [benadeelde] in de auto was gestapt (hard) weg is gereden en/of verderop zijn voertuig tot stilstand heeft gebracht en/of
- tegen die [benadeelde] heeft gezegd dat zij achterin het voertuig plaats moest nemen en/of
- de kleding van die [benadeelde] heeft uitgetrokken en/of tegen die [benadeelde] heeft gezegd dat zij haar broek/kleding uit moest trekken en/of
- de benen van die [benadeelde] heeft vastgepakt/vastgehouden en/of de benen van die [benadeelde] in verschillende posities heeft gebracht/gehouden en/of
- het lichaam van die [benadeelde] in verschillende posities heeft gebracht en/of gedraaid en/of
- tegen die [benadeelde] heeft gezegd dat zij hem moest pijpen en/of dat zij aan zijn ballen moest zitten, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [benadeelde] en/of
- zich directief en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [benadeelde] en/of misbruik heeft gemaakt van het uit (een) feitelijke verhouding(en) voortvloeiend psychisch overwicht van hem, verdachte op die [benadeelde] , bestaande dat overwicht uit de psychische gesteldheid en/of de (hieruit voortvloeiende) kwetsbaarheid van die [benadeelde] ten opzichte van hem, verdachte, waardoor verdachte die [benadeelde] in een weerloze en/of afhankelijke toestand heeft/hebben gebracht waardoor zij niet of onvolkomen in staat was weerstand te bieden en/of
- ( aldus) voor die [benadeelde] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Vrijspraak

Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd het feit bewezen te verklaren conform het vonnis van de rechtbank. De verklaringen van [benadeelde] (hierna: [benadeelde] ) zijn betrouwbaar, nu deze consistent en voldoende gedetailleerd zijn. Het steunbewijs voor deze verklaringen zijn de Forensische Medische Letselrapportage van forensische arts [naam] , die concludeert dat het geheel aan letsels zoals vastgesteld bij [benadeelde] waarschijnlijker is bij niet-consensuele dan bij consensuele seks. Ook vinden de verklaringen van [benadeelde] steun in de verklaring van getuige [getuige] en de schriftelijke verklaring die van de behandeld psycholoog van [benadeelde] , S. Boverhof.
Standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit, omdat de seksuele handelingen met wederzijdse instemming plaatsvond, dan wel dat [benadeelde] niet kenbaar heeft gemaakt dat zij geen seks wilde. Ook is er geen bewijs dat verdachte dwang heeft toegepast.
De verdediging heeft het voorwaardelijke verzoek gedaan om de behandelend psycholoog van [benadeelde] als getuige te mogen horen als het hof haar schriftelijke verklaring voor het bewijs wil gebruiken. Als uit dat eventuele verhoor zou blijken dat haar verklaring afbreuk doet aan de conclusies van het rechtspsychologisch onderzoek van [naam] , dan moet ook [naam] als getuige gehoord worden.
Oordeel van het hof
Kort gezegd is aan verdachte tenlastegelegd dat hij op 13 juni 2022 [benadeelde] (verder ‘ [benadeelde] ’) verkracht zou hebben. Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarom zal het hof hem daarvan vrijspreken. Het hof komt als volgt tot deze beslissing.
Op basis van de verklaringen van [benadeelde] , de verklaringen van de verdachte en de overige stukken in het dossier staat vast dat verdachte op 13 juni 2022 met zijn busje in [plaats] het terrein van [instelling] is opgereden. Op dit terrein zijn verschillende instellingen gevestigd waar personen met psychische problematiek ( [instelling] ), al dan niet gecombineerd met een (licht) verstandelijke beperking ( [instelling] ), worden behandelend en/of verblijven. Achter in het busje van verdachte lag een matras. Verdachte had ook een zogenaamde cockring bij zich. Op enig moment kwam [benadeelde] , een bewoonster van de instelling van [instelling] , langs gelopen. Verdachte deed zijn raam open en vroeg de weg aan [benadeelde] . Op zijn uitnodiging is zij in het busje gestapt. Verdachte is met [benadeelde] weggereden,, waarna verdachte het busje heeft geparkeerd op een rustige plek en de gordijntjes van de bus heeft gesloten. Vervolgens hebben er tussen verdachte en [benadeelde] achter in het busje seksuele handelingen plaatsgevonden, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen door verdachte van het lichaam van [benadeelde] . Verdachte heeft tijdens de seks de eerder genoemde cockring gebruikt. [benadeelde] heeft op enig moment meermalen aangegeven dat het pijn deed als verdachte haar met zijn penis penetreerde. Verdachte is in reactie hierop gestopt en overgegaan op andere (seksuele) handelingen. Verdachte is op een bepaald moment weer teruggereden naar het terrein van [instelling] , waar [benadeelde] is uitgestapt. [benadeelde] is daarna terug gerend naar de instelling en naar binnen gegaan.
Het hof moet de vraag beantwoorden of verdachte [benadeelde] opzettelijk heeft gedwongen tot seksuele handelingen. Dwang vereist het (voorwaardelijk) opzet van verdachte op het tegen de wil van [benadeelde] verrichten van de handelingen. Het moet daarbij voor verdachte kenbaar zijn geweest dat [benadeelde] niet wilde dat de handelingen plaatsvonden. Dat [benadeelde] (en [benadeelde] omgeving) verdachtes handelen – mogelijk (pas) achteraf – als grensoverschrijdend en verwerpelijk heeft (hebben) ervaren is, hoewel invoelbaar, daartoe niet voldoende.
De onderhavige verdenking heeft volgens de tenlastelegging in de eerste plaats het oog op het met (dreiging met) geweld en/of een feitelijkheid dwingen van [benadeelde] naar achter in de bus te gaan, zich uit te kleden en seksuele handelingen te verrichten en te ondergaan. Dat dit het geval is geweest volgt echter naar het oordeel van het hof niet uit de verklaringen van zowel [benadeelde] als de verdachte.
Het hof heeft voorts op basis van de bewijsmiddelen onvoldoende de overtuiging bekomen dat verdachte – op het moment dat de seksuele handelingen met [benadeelde] plaatsvonden – wist of zich ervan bewust had moeten zijn dat zij op een bepaalde moment niet meer wilde dat de handelingen plaatsvonden en dat hij desondanks is doorgegaan met het verrichten van die handelingen. De verklaringen van [benadeelde] zijn niet eenduidig op dit punt en de geconstateerde letsels bij [benadeelde] kunnen volgens de deskundigen van het NFI zijn ontstaan in zowel het door [benadeelde] als het door de verdachte geschetste scenario. Het hof betrekt hierbij ook dat de verdachte meermaals is gestopt met bepaalde handelingen als [benadeelde] aangaf dat die haar pijn deden. Dat zij ook zou hebben aangegeven of anderszins duidelijk gemaakt zou hebben dat zij andere of verdere handelingen niet wilde, is niet gebleken.
De advocaat-generaal heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat wel sprake is geweest van een verkrachting onder meer gewezen op de getuigenverklaring dat de verdachte hard met zijn busje zou zijn weggereden nadat [benadeelde] bij hem was ingestapt en op het feit dat [benadeelde] nadat zij uit het busje gestapt was naar de kliniek is terug gerend. Het hof is echter van oordeel dat uit beide niet kan worden afgeleid dat sprake is geweest van dwang bij de daarop volgende of daaraan voorafgaande seksuele handelingen.
De conclusie uit het voorgaande is dan ook dat het hof uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij.

Voorwaardelijke verzoeken

De verdediging heeft ter terechtzitting het voorwaardelijke verzoek gedaan om de behandelend psycholoog van [benadeelde] als getuige te mogen horen als het hof haar schriftelijke verklaring voor het bewijs wil gebruiken. Als uit dat eventuele verhoor zou blijken dat haar verklaring afbreuk doet aan de conclusies van het rechtspsychologisch onderzoek van [naam] , dan moet ook [naam] als getuige gehoord worden. Het hof komt niet toe aan een verdere bespreking van deze verzoeken, omdat het hof niet tot een bewezenverklaring komt van het tenlastegelegde en dus niet voldaan is aan de voorwaarde(n).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 25.150,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 10.150,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het bewezenverklaarde tenlastegelegde handelen waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door
mr. R.H. Koning, voorzitter,
mr. J. Steenbrink en mr. L.A. Kjellevold, raadsheren,
in aanwezigheid van de griffier mr. S.J.H. Salvino
en op 15 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.