Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven inclusief incidentele vordering op grond van artikel 195 Rv Pro
- de memorie van antwoord in het incident
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland waarin haar vorderingen wegens onrechtmatig handelen en tekortschieten van RNHB werden afgewezen. In het incident vordert appellante op grond van artikel 195 Rv Pro inzage in diverse interne documenten van RNHB over de periode april tot en met augustus 2022, die betrekking hebben op de besluitvorming over de (niet-)verlenging van een financieringsovereenkomst.
RNHB stelt dat zij niet beschikt over een deel van de gevorderde gegevens, omdat bepaalde besluitvormingsdocumenten niet bestaan. Het hof acht dit aannemelijk en wijst die vordering af. Daarnaast oordeelt het hof dat appellante onvoldoende belang heeft bij inzage in de overige gevraagde interne stukken, omdat bij een eventuele toewijzing van de hoofdzaak het ontbreken van motieven en belangenafwegingen voor rekening van RNHB komt.
Het hof wijst de incidentele vordering af, veroordeelt appellante in de proceskosten van RNHB en bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De incidentele vordering tot inzage van interne stukken van RNHB wordt afgewezen wegens ontbreken van voldoende belang en het niet beschikken over bepaalde gegevens.