ECLI:NL:GHARL:2026:2917
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing officier van justitie in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift geen beroepsgronden bevatte en het verzuim niet werd hersteld.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat beroepsgronden wel per gewone en beveiligde e-mail waren ingediend, maar deze werden niet geaccepteerd omdat de brief van de griffier geen mogelijkheid bood om de gronden op deze wijze in te dienen. De griffier had expliciet aangegeven dat de gronden schriftelijk moesten worden ingediend en dat het e-mailadres alleen bedoeld was voor het doorgeven van contactgegevens.
Het hof oordeelde dat het verzuim niet was hersteld en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Tevens stelde het hof vast dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg was overschreden, maar dit leidde niet tot matiging van het sanctiebedrag omdat de kantonrechter niet aan de inhoudelijke beoordeling toe was gekomen.
Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.