Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord;
- de akte overlegging producties van STP;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 11 februari 2026 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
output(de brief aan de Belastingdienst van 27 december 2023) het aantal in rekening gebrachte uren niet rechtvaardigt. De Jachthoorn heeft daaraan het gevolg verbonden dat geen sprake is van ‘redelijk loon’ in de zin van artikel 7:405 lid 2 BW Pro. De situatie zoals bedoeld in artikel 7:405 lid 2 BW Pro, namelijk dat partijen niets over het loon hebben afgesproken, doet zich hier echter niet voor. Uit de opdrachtbevestiging volgt immers dat partijen daarover wel afspraken hebben gemaakt. Het hof komt dus niet toe aan een beoordeling van de redelijkheid van het loon zoals bedoeld artikel 7:405 lid 2 BW Pro, maar zal beoordelen of De Jachthoorn in het licht van de overeenkomst gehouden is om het door STP gevorderde bedrag (volledig) te betalen.