Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 28 januari 2026 is gehouden waarbij aanvullende producties zijn overgelegd zoals vermeld in dat verslag
2.De kern van de zaak
3.De vaststaande feiten
Op 16 februari 2020 is een deel van de dakbedekking omgeslagen, over het achterste gedeelte wat toen nog niet was doorgeparkerd. Het oppervlak is niet nader in de dagvaarding gespecificeerd, maar naar verwachting bevindt dit deel zich binnen het geel omkaderde deel van figuur 1 in [ASRdeskundige] notitie d.d. 04-10-2022, omdat dit deel als eerste voorzien werd van een extra laag dakbedekking.
4.De toelichting op de beslissing van het hof
u bent verzekerd voor schade door storm”) volgt dat schade die wordt toegebracht door storm is gedekt. Uit de polisvoorwaarden blijkt verder dat met “storm” een wind van ten minste 14 meter per seconde wordt bedoeld. Hoewel ASR het punt maakt dat er geen sprake was van storm op de schaal van Beaufort, zijn partijen het erover eens dat er op zowel 9 als 16 februari 2020 sprake was van een windsnelheid van 14 meter per seconde (windkracht 7 of hoger). Daarmee was dus op beide momenten sprake van een storm in de zin van de polis. De vraag is of de in 2022 ontstane schade kan worden beschouwd als een gevolg van de stormen van 9 en 16 februari 2020. [geintimeerde] stelt dat dit het geval is. Bij de stormen in 2020 heeft volgens [geintimeerde] regenwater het isolatiemateriaal bereikt, is dit vocht ingesloten geraakt en is dit vocht vervolgens in het voorjaar van 2022, bij temperatuurswisselingen, uitgelekt. [geintimeerde] wijst ter onderbouwing hiervan erop dat uit de rapporten van BDA, Crawford en Technodak volgt dat de lekkages aan het dak in mei 2022 het direct gevolg zijn van de stormen in februari 2020.
state of the artwas, en bevat het geen volledige nieuwe inzichten. Ook heeft ASR op de mondelinge behandeling in hoger beroep gewezen op het BDA-dakboekje 1990.
- Kunt u, rekening houdend met de opbouw van het dak en de aangetroffen corrosie en delaminatie zoals die blijken uit de foto’s in de diverse rapporten, vaststellen of de in 2022 ontstane lekkage aan het dak is veroorzaakt door toegetreden regenwater tijdens de stormen in februari 2020? Kunt u toelichten hoe waarschijnlijk die oorzaak is? Indien u waarschijnlijk acht dat die stormen de oorzaak zijn van de lekkage: kunt u verklaren waarom die lekkage zich pas twee later heeft gemanifesteerd?
- Is het mogelijk dat het regenwater dat in februari 2020 in een deel van het dak terecht is gekomen zich verder heeft verspreid in het isolatiemateriaal van het dak en, zo ja, hoe ver is die verspreiding gegaan? Graag hierbij mede rekening houden met de constructie van het dak?
- Kunt u bij de beantwoording betrekken waar de insnijdingen in het dak zijn gedaan en als dat onvoldoende duidelijk is partijen hierover om nadere duidelijkheid (laten) vragen?
- Wilt u bij de beantwoording zoveel mogelijk onderbouwen op welke gronden u tot uw antwoord bent gekomen?
- Geeft het onderzoek verder nog aanleiding tot opmerkingen die voor de beslissing van dit geschil van belang kunnen zijn?