ECLI:NL:GHARL:2026:2166
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep en matiging bestuursrechtelijke sanctie verkeersinbreuk
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een bestuursrechtelijke sanctie van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. De gemachtigde, Rissema, had tijdig een machtiging overgelegd waaruit bleek dat hij bevoegd was om namens de betrokkene beroep in te stellen, maar de kantonrechter had dit niet in aanmerking genomen.
Het hof oordeelt dat de machtiging wel tijdig was ingediend en dat de niet-ontvankelijkheidsverklaring daarom niet kan blijven staan. Vervolgens beoordeelt het hof het beroep inhoudelijk. De betrokkene ontkent de overtreding van het verkeersvoorschrift, maar het hof acht de verklaring van de ambtenaar voldoende betrouwbaar en wijst het verweer af.
Wel wordt vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden, waardoor het sanctiebedrag met 25% wordt gematigd. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend aan de betrokkene. Het hof vernietigt de eerdere beslissingen en wijzigt de sanctie tot een lager bedrag van €210,-.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring, verklaart het beroep gegrond, matigt de sanctie tot €210,- en veroordeelt de advocaat-generaal tot proceskostenvergoeding.