ECLI:NL:GHARL:2026:1965
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof matigt bestuursrechtelijke sanctie wegens schending hoorplicht en bevestigt proceskostenvergoeding
Betrokkene kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 21 oktober 2022 in Nijmegen. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €112,50 wegens overschrijding van de redelijke termijn en kende een proceskostenvergoeding van €777 toe.
In hoger beroep betwistte de gemachtigde van betrokkene de bevoegdheid en betrouwbaarheid van de ambtenaar die de sanctie oplegde en voerde aan dat objectief bewijs ontbrak, met name over de bebording. Het hof verwierp deze bezwaren omdat de ambtenaar ter plaatse was en het dossier voldoende bewijs bevatte.
Het hof stelde vast dat de hoorplicht was geschonden doordat de officier van justitie vóór het verstrijken van de termijn al een beslissing nam, ondanks het aanbieden van een extra schriftelijke ronde. Hierdoor matigde het hof de sanctie verder tot €84,38.
De proceskostenvergoeding werd berekend met toepassing van de factor uit artikel 13a, tweede lid, Wahv, omdat de gemachtigde niet kon aantonen dat zijn bedrijfsmodel een bijzonder geval vormde. Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van €175,13 aan betrokkene.
Het arrest bevestigt het belang van correcte procesvoering en de toepassing van wettelijke regels omtrent hoorplicht en proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke verkeerszaken.
Uitkomst: Het hof matigt de sanctie tot €84,38 wegens schending van de hoorplicht en bevestigt de proceskostenvergoeding van €175,13 aan betrokkene.