ECLI:NL:GHARL:2026:184

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
200.361.389
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling zonder schone lei wegens tekortkomingen in sollicitatieplicht en afdrachtplicht

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. De appellant, die in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) was toegelaten, had zijn verplichtingen niet nagekomen. De rechtbank had op 5 november 2025 de wsnp beëindigd zonder toekenning van de schone lei, omdat de appellant niet voldeed aan de sollicitatieplicht en de afdrachtplicht. Het hof heeft vastgesteld dat de appellant gedurende de looptijd van de wsnp niet heeft gesolliciteerd en geen nieuwe medische informatie heeft verstrekt die zijn arbeidsongeschiktheid zou onderbouwen. Ondanks eerdere ontheffingen van de sollicitatieplicht, heeft de appellant geen inspanningen geleverd om aan zijn verplichtingen te voldoen. Het hof oordeelt dat de tekortkomingen aan de appellant kunnen worden toegerekend en dat er geen reden is om aan te nemen dat hij in een verlengde looptijd van de wsnp wel aan zijn verplichtingen zal voldoen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek van de appellant om verlenging van de wsnp af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.361.389
insolventienummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 16/24/65
arrest van 13 januari 2026
in de zaak van
[appellant]
die woont in [woonplaats]
die hoger beroep heeft ingesteld
hierna: [appellant]
advocaat: mr. N. van Amsterdam (onttrokken)

1.De procedure bij de rechtbank

1.1.
Bij vonnis van 24 april 2024 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank) [appellant] toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: de wsnp). Hierbij is [bewindvoerder] benoemd tot bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder).
1.2.
Bij vonnis van 5 november 2025 (hierna: het vonnis) heeft de rechtbank de toepassing van de wsnp van [appellant] beëindigd zonder dat daarbij aan hem de zogenoemde schone lei is verleend.

2.De procedure bij het hof

2.1.
Door middel van een op 12 november 2025 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat het hof het vonnis vernietigt en de verlenging van de wsnp uitspreekt.
2.2.
Het hof heeft kennisgenomen van:
  • het beroepschrift met bijlagen;
  • het bericht van mr. Van Amsterdam van 23 december 2025 met aanvullende stukken;
  • het onttrekkingsbericht van mr. Van Amsterdam van 23 december 2025;
  • het bericht van de bewindvoerder van 30 december 2025 met bijlagen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Hierbij zijn [appellant] en de bewindvoerder verschenen.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

De feiten
3.1.
In het kader van zijn Participatiewetuitkering is [appellant] in mei en december 2024 medisch gekeurd bij Calder Werkt. In de rapportage van Calder Werkt uit mei 2024 is de belastbaarheid van [appellant] vastgesteld op 24 tot 32 uur per week. In de (second opinion) rapportage van december 2024 is de belastbaarheid van [appellant] bepaald op 16 tot 24 uur per week. In het kader van de wsnp heeft de rechter-commissaris [appellant] op grond van de rapportages van Calder Werkt twee keer een gedeeltelijke ontheffing van de arbeids- en sollicitatieplicht verleend. De eerste ontheffing had betrekking op de periode van 24 april 2024 tot en met 24 oktober 2024 en gold voor acht uur per week. De tweede ontheffing had betrekking op de periode van 24 oktober 2024 tot en met 24 april 2025 en gold voor twaalf uur per week. Op 22 juli 2025 heeft [appellant] een nieuw verzoek om volledige ontheffing van de sollicitatieplicht gedaan. Vanwege het ontbreken van nieuwe medische informatie is dit verzoek door de rechter-commissaris kort erna afgewezen.
3.2.
[appellant] heeft tijdens de looptijd van de wsnp niet voldaan aan zijn afdrachtplicht. Hierdoor is een boedelachterstand ontstaan. Om deze achterstand in te lopen heeft [appellant] een betalingsregeling voorgesteld aan de bewindvoerder. Op 14 december 2024 heeft [appellant] een bedrag van € 500,- ontvangen op zijn bankrekening met als omschrijving “meubels”. Tijdens de looptijd van de wsnp is een nieuwe schuld ontstaan aan het Zilveren Kruis. Deze nieuwe schuld heeft [appellant] door middel van een betalingsregeling (nagenoeg) volledig afgelost.
3.3.
Op 18 december 2024 heeft een verhoor plaatsgevonden bij de rechter-commissaris. Tijdens dit verhoor is de sollicitatieplicht van [appellant] aan de orde gesteld. Op 7 juli 2025 heeft de rechter-commissaris [appellant] een formele waarschuwingsbrief gestuurd. In deze brief heeft de rechter-commissaris vastgesteld dat [appellant] niet voldeed aan de sollicitatieplicht, afdrachtplicht, informatieplicht en de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. De rechter-commissaris heeft [appellant] een termijn geboden tot 22 juli 2025 om zijn tekortkomingen te herstellen.
Het oordeel van de rechtbank
3.4.
De rechtbank heeft de wsnp beëindigd zonder toekenning van de schone lei. Naar het oordeel van de rechtbank is [appellant] tekortgeschoten in de nakoming van de voor hem in het kader van de wsnp geldende informatieplicht, inspanningsplicht, afdrachtplicht en de plicht om geen nieuwe schulden te laten ontstaan. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat de tekortkomingen aan [appellant] kunnen worden toegerekend en dat, in het bijzonder de tekortkoming in de inspanningsplicht zo ernstig is dat, deze niet buiten beschouwing kunnen blijven vanwege hun bijzondere aard of geringe betekenis.
Het standpunt van [appellant]
3.5.
[appellant] kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank. [appellant] voert aan dat het hem niet kan worden verweten dat hij niet heeft voldaan aan de sollicitatieplicht. Volgens [appellant] heeft hij de bewindvoerder de gehele looptijd van de wsnp laten weten dat hij zowel fysiek als mentaal niet in staat was om (volledig) te werken. [appellant] zal in de procedure in hoger beroep aanvullende/nieuwe medische informatie overleggen waaruit blijkt dat een herkeuring van zijn belastbaarheid op zijn plaats is. Bij een verlenging van de looptijd van de wsnp is hij bereid aan zijn verplichtingen te voldoen voor zover hij belastbaar is, aldus [appellant] . [appellant] erkent dat hij niet heeft voldaan aan de afdrachtplicht en voert aan dat hij de bewindvoerder een nieuw verzoek tot het treffen van een betalingsregeling heeft gedaan om de achterstand in te lopen. Het bedrag van € 500,- dat op zijn bankrekening is gestort, betrof de verkoopopbrengst van het bankstel van zijn partner en komt aan haar toe. Deze betaling kan daarom niet als zijn inkomen worden aangemerkt en moet bij het vaststellen van zijn afdrachtplicht buiten beschouwing blijven, aldus [appellant] . De nieuwe schuld aan het Zilveren Kruis is volgens [appellant] volledig afgelost.
Het oordeel van het hof
3.6.
Het hof zal oordelen dat de rechtbank de wsnp terecht heeft beëindigd zonder toekenning van de schone lei en licht dit oordeel als volgt toe.
3.7.
Het hof stelt voorop dat van de schuldenaar (in dit geval [appellant] ) mag worden verwacht dat hij zich tot het uiterste inspant om te voldoen aan de verplichtingen die gelden in het kader van de wsnp. Deze verplichtingen vinden hun grond in de doelstelling van de wsnp. Die komt erop neer dat natuurlijke personen, die in een uitzichtloze financiële situatie zijn terechtgekomen, de kans moeten krijgen weer met een schone lei verder te gaan. Daar staat wel tegenover dat van de schuldenaar wordt verwacht dat hij actief meewerkt aan een doeltreffende uitvoering van de wsnp, onder meer, door zoveel mogelijk geld voor zijn schuldeisers te sparen.
3.8.
Op grond van artikel 354 lid 1 Faillissementswet (Fw) moet bij het einde van de wsnp-termijn worden beoordeeld of de schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de regeling voortvloeiende verplichtingen en, als dat zo is, of de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend. Bij deze vaststelling geldt als maatstaf of de tekortkoming, in het licht van alle omstandigheden van het geval, een duidelijke aanwijzing vormt dat het bij de schuldenaar heeft ontbroken aan de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. [1] Als er sprake is van een toerekenbare tekortkoming kan de rechter bepalen dat de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, buiten beschouwing blijft (artikel 354 lid 2 Fw).
3.9.
Het hof stelt vast dat [appellant] gedurende de gehele (reguliere) looptijd van de wsnp niet heeft gesolliciteerd. Dat heeft [appellant] ook tijdens de mondelinge behandeling bij het hof erkend. Daarnaast stelt het hof vast dat [appellant] , hoewel hij zichzelf niet in staat acht om te werken en van mening is dat hij om die reden volledig had moeten worden vrijgesteld van de sollicitatieplicht, in aanvulling op de eerdere, gedateerde rapportages van Calder Werkt, geen enkele (medische) informatie heeft verstrekt waaruit zijn arbeidsongeschiktheid blijkt en op grond waarvan kan worden vastgesteld of een herbeoordeling van zijn belastbaarheid op zijn plaats was en is. Het hof neemt in aanmerking dat [appellant] heeft nagelaten de bewindvoerder te voorzien van aanvullende of nieuwe medische informatie ondanks de daartoe strekkende verzoeken van de bewindvoerder en ondanks de waarschuwingen van de rechter-commissaris voor de gevolgen van het niet solliciteren zonder (volledige) ontheffing van de sollicitatieplicht. Daarnaast neemt het hof in aanmerking dat [appellant] , in tegenstelling tot de aankondiging in zijn beroepschrift, ook in het kader van de procedure in hoger beroep bij dit hof geen nieuwe of aanvullende medische informatie heeft verstrekt om zijn arbeidsongeschiktheid te onderbouwen. Onder de gegeven omstandigheden moet het niet solliciteren door [appellant] zonder dat hij over een (toereikende) ontheffing van de sollicitatieplicht beschikte worden aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van de uit de wsnp voortvloeiende inspanningsplicht die aan hem kan worden toegerekend.
3.10.
Het hof stelt verder vast dat [appellant] gedurende de (reguliere) looptijd van de wsnp niet heeft voldaan aan zijn afdrachtplicht. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft [appellant] erkend dat hij ook de betalingsregeling die is getroffen om de achterstand in zijn boedelafdracht in te lopen, niet is nagekomen. Dit betekent dat [appellant] geen enkele afdracht aan de boedel heeft gedaan. Naar het oordeel van het hof is [appellant] hiermee toerekenbaar tekortgeschoten in zijn afdrachtplicht. Aangezien bij het ontbreken van enige betaling per definitie geen sprake kan zijn van een te hoge afdracht, kan het betoog van [appellant] dat zijn afdrachtplicht te hoog is vastgesteld doordat de betaling van € 500,-- op zijn bankrekening daarbij ten onrechte is meegenomen, onbesproken blijven.
3.11.
Het verwijt dat [appellant] tijdens de wsnp een nieuwe schuld heeft laten ontstaan bij het Zilveren Kruis is door de bewindvoerder ingetrokken tijdens de mondelinge behandeling bij het hof en hoeft om die reden niet te worden besproken.
3.12.
[appellant] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zijn toerekenbare tekortkomingen in de sollicitatieplicht en afdrachtplicht vanwege hun bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing kunnen blijven. Het voorgaande brengt mee dat [appellant] op dit moment niet in aanmerking komt voor het verlenen van de schone lei.
3.13.
Het hof gaat niet mee in het verzoek van [appellant] om de looptijd van de wsnp te verlengen. Los van de ernst van de tekortkomingen ziet het hof geen reden om aan te nemen dat [appellant] tijdens zo’n verlengde looptijd wel aan zijn verplichtingen - in het bijzonder die in het kader van de arbeids- en sollicitatieplicht - zal voldoen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat [appellant] deze verplichtingen ook na eerdere toezeggingen aan de bewindvoerder en de rechter-commissaris niet is nagekomen en dat het vonnis van de rechtbank voor [appellant] geen aanleiding is geweest alsnog de noodzakelijke medische informatie te verstrekken, dan wel sollicitatieactiviteiten te verrichten. Ook blijkt uit de mededeling van [appellant] tijdens de mondelinge behandeling bij het hof dat hij zal gaan solliciteren omdat dat moet, maar dat hij medisch gezien nog altijd niet in staat is om te werken, niet de overtuiging dat [appellant] daadwerkelijk zal meewerken aan een doeltreffende uitvoering van de wsnp.
Conclusie
3.14.
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof zal beslissen zoals hierna is vermeld.

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 5 november 2025.
Dit arrest is gewezen door mrs. N.M. Brouwer, D. Visser en M.P.M. Hennekens en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 12 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI0455.