Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
advocaat: mr. A. van Oosten,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
Daarnaast verzoekt zij het hof haar vervangende toestemming te verlenen voor de aanmelding van [minderjarige1] als eerstejaarsleerling bij [middelbare school1] in [plaats2] , voor de aanmelding van [minderjarige2] bij tennisvereniging [tennisvereniging] in [woonplaats1] en voor zijn afmelding bij voetbalvereniging [voetbalvereniging2] in [woonplaats2] .
5.De motivering van de beslissing
hogerberoepsrechter wordt voorgelegd [2] .
In dit geval weegt het hof mee dat beide ouders bij het hof uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat zij de ondertoezichtstelling willen. Tijdens de zitting in hoger beroep heeft het hof zich hiervan vergewist. De zitting is onderbroken geweest opdat de ouders met hun advocaat konden overleggen. Het hof is van oordeel dat de belangen van de kinderen vereisen dat de ondertoezichtstelling zo snel mogelijk wordt uitgesproken. Aan alle (overige) in artikel 1:255 BW Pro genoemde gronden is voldaan. De GI heeft zich bereid verklaard de ondertoezichtstelling uit te voeren.
De beide ouders hebben hun verzoeken op dit punt, in berichten aan het hof van 3 resp. 5 maart 2026, ingetrokken zodat het hof daarover geen beslissing meer hoeft te nemen.
a. een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken en
b. de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.