ECLI:NL:GHARL:2026:1599

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
200.364.112
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof verwijst civiele zaak wegens belangenverstrengeling naar ander gerechtshof

De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. Zowel de vrouw als de man hebben het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden verzocht de zaak over te dragen aan een ander gerechtshof, omdat de advocaat van de man tevens raadsheer-plaatsvervanger is in het betrokken hof.

Het hof heeft op basis van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie geoordeeld dat vanwege deze betrokkenheid behandeling door een ander gerechtshof gewenst is om belangenverstrengeling te voorkomen.

Daarom is de zaak ter verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Amsterdam, zoals bepaald in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De beschikking is op 17 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door drie raadsheren.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar het gerechtshof Amsterdam vanwege belangenverstrengeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.364.112
(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 599172 en 602012)
beschikking van 17 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster]
die woont in [woonplaats1]
die hoger beroep heeft ingesteld
hierna: de vrouw
advocaat: mr. F. Özdemir-Sahin
en
[verweerder]
die woont in [woonplaats2]
hierna: de man
advocaat: mr. D.J.I. Kroezen

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) tegen de beschikking die de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, op 14 november 2025 heeft gegeven. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • het beroepschrift van de vrouw dat is ingekomen bij het hof op 26 januari 2026; in een brief bij dat beroepschrift heeft de vrouw het hof verzocht om de zaak door te sturen naar een ander gerechtshof, omdat de advocaat van de man raadsheer-plaatsvervanger in dit hof is.
  • de e-mail van de advocaat van de man met bijlage die is ingekomen bij dit hof op
1.2
Het hof beslist dat de zaak moet worden verwezen naar een ander gerechtshof en licht dat hierna toe.
2 De toelichting op de beslissing
2.1
Artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie bepaalt dat het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling kan verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is.
2.2
De advocaat van de man is raadsheer-plaatsvervanger in dit hof. Daardoor is het hof betrokken bij deze zaak.
2.3 Gezien die betrokkenheid van het hof is behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst. Het hof zal de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in
Staatscourant2014, 11037.

3.3 De beslissing van het gerechtshof

Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.L. Wattel, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.