Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1594

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
200.358.610
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.A.M. van Os - ten Have
  • S. Kuijpers
  • L.D.M. Rubens - Snijders
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 1:435 BWArt. 5 lid 1 Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000Art. 13 lid 1 Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen benoeming bewindvoerder: zoon niet benoemd wegens belangenverstrengeling

De kantonrechter stelde op 30 mei 2025 een bewind in over de goederen van verzoekster vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand en benoemde Bewindvoerderskantoor Achterhoek B.V. tot bewindvoerder. Verzoekster ging in hoger beroep omdat zij wenste dat haar zoon tot bewindvoerder werd benoemd in plaats van een professionele bewindvoerder.

Het hof ontving het beroepschrift en stukken van de bewindvoerder en hield op 3 maart 2026 een zitting waar alle betrokkenen aanwezig waren. Verzoekster was ambivalent over haar voorkeur, maar vroeg formeel om haar zoon als bewindvoerder. De bewindvoerder en de dochter waren tegen deze benoeming vanwege zorgen over belangenverstrengeling en onduidelijkheden in het financiële beheer.

De zoon woont zonder huur te betalen in de woning van verzoekster en beheerde haar financiën zonder voldoende transparantie, wat leidde tot vragen over overboekingen en leningen. Het hof oordeelde dat deze belangenverstrengeling en het gebrek aan openheid gegronde redenen zijn om de zoon niet te benoemen. Daarom werd de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek van verzoekster afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de professionele bewindvoerder en wijst het verzoek om de zoon tot bewindvoerder te benoemen af vanwege belangenverstrengeling en gebrek aan transparantie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.358.610
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11682500)
beschikking van 17 maart 2026
in de zaak van
[verzoekster]( [verzoekster] ),
die woont in [woonplaats] (gemeente [gemeentenaam] ),
advocaat: mr. J. Visser,
en
Bewindvoerderskantoor Achterhoek B.V.(de bewindvoerder),
die is gevestigd in Borculo,
en
[belanghebbende1](de dochter),
belanghebbende in hoger beroep,
en
[belanghebbende2](de zoon),
belanghebbende in hoger beroep.

1.De procedure bij de kantonrechter

1.1.
Op 30 mei 2025 heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland op verzoek van de dochter een bewind ingesteld over de goederen van [verzoekster] als gevolg van haar geestelijke of lichamelijke toestand.
1.2.
Bewindvoerderskantoor Achterhoek B.V. is toen benoemd tot bewindvoerder.

2.De procedure bij het hof

2.1.
[verzoekster] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter over het aanstellen van de bewindvoerder. Zij komt daarvan in hoger beroep. [verzoekster] heeft geen bezwaren tegen de onderbewindstelling, maar zij wil dat haar zoon wordt benoemd tot bewindvoerder.
2.2.
De bewindvoerder wil dat de beslissing van kantonrechter in stand blijft. De dochter wil ook dat Bewindvoerderskantoor Achterhoek B.V de bewindvoerder blijft.
2.3.
De zoon steunt het hoger beroep van [verzoekster] .
De informatie die het hof heeft ontvangen
2.4.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 29 augustus 2025;
  • een brief van de bewindvoerder van 15 oktober 2025, met producties.
2.5.
De zitting bij het hof was op 3 maart 2026. Aanwezig waren:
  • [verzoekster] , met haar advocaat;
  • een vertegenwoordiger namens de bewindvoerder;
  • de zoon;
  • de dochter;
  • de partner van de dochter, aan wie bijzondere toegang is verleend.

3.Het oordeel van het hof

Rechtsmacht en toepasselijk recht
3.1.
De zaak heeft een internationaal karakter, omdat [verzoekster] de Duitse nationaliteit heeft. Het gaat in deze zaak om meerderjarigenbescherming, namelijk bewind. Op grond van artikel 5 lid 1 van Pro het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (hierna: HVV 2000) komt rechtsmacht toe aan de gerechten van de staat waar de volwassene zijn gewone verblijfplaats heeft. Nederland heeft dit verdrag weliswaar op 13 januari 2000 ondertekend, maar tot op heden niet geratificeerd. De bevoegdheidsregels uit het HVV 2000 lenen zich ervoor om anticiperend door de Nederlandse rechter te worden toegepast (HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:147). De gewone verblijfplaats van [verzoekster] is in Nederland. Het hof acht zich dan ook bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen.
3.2.
Op grond van artikel 13 lid 1 HVV Pro 2000 past de bevoegde rechter bij de uitoefening van die bevoegdheid zijn eigen recht toe. Het hof zal bij de beoordeling van het verzoek het Nederlands recht toepassen, net als de kantonrechter heeft gedaan. [verzoekster] en de belanghebbenden hebben daartegen ook geen bezwaren aangevoerd.
Wat in de wet staat
3.3.
Op grond van artikel 1:431 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter de goederen van een persoon onder bewind stellen. Dat kan wanneer iemand zijn vermogensrechtelijke belangen niet behoorlijk kan waarnemen, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand of als gevolg van verkwisting of problematische schulden.
3.4.
Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW Pro volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.
Het standpunt van [verzoekster]
3.5.
[verzoekster] voert aan dat zij geen professionele bewindvoerder wenst. De zoon heeft in het verleden de financiële belangen van [verzoekster] behartigd en kan dit als bewindvoerder blijven doen. De kantonrechter had de wens van [verzoekster] moeten volgen. Er zijn geen bezwaren daartegen. De spanningen tussen de zoon en de dochter zijn geen reden om de zoon niet tot bewindvoerder te benoemen. De zoon is bereid om transparant te handelen en verantwoording af te leggen. [verzoekster] voert verder aan dat de benoeming van een professionele bewindvoerder voor een extra kostenpost van € 160 per maand zorgt, terwijl de zoon de financiën kosteloos regelt.
Het standpunt van de bewindvoerder
3.6.
De bewindvoerder voert aan dat bij het opstarten van het bewind vragen zijn ontstaan over het beheer van de rekeningen van [verzoekster] . Er bleken regelmatig overboekingen te zijn gedaan van en naar [naam1] . Die overboekingen zijn niet gegaan naar een account dat op naam staat van [verzoekster] . Ook werden regelmatig overboekingen gedaan van en naar de rekening van de zoon, met als omschrijving: ‘lening’. Het is niet duidelijk om welke lening het gaat. Verder is een betaling van € 2.106 gedaan aan rijschool [naam2] voor examens. De bewindvoerder vermoedt dat [verzoekster] die rijexamens zelf niet heeft gedaan. De bewindvoerder voert daarnaast aan dat er sprake is van belangenverstrengeling. De zoon woont zonder huur te betalen in de woning van [verzoekster] en de vaste lasten worden betaald van de rekening van [verzoekster] . De zoon zou zelf tenminste huur en de vaste lasten moeten betalen. Volgens de bewindvoerder is het daarom niet wenselijk dat de zoon tot bewindvoerder wordt benoemd.
Het standpunt van de dochter
3.7.
De dochter voert aan dat een professionele bewindvoerder de financiën moet regelen. Zolang de zoon in het huis van [verzoekster] woont, kunnen de zoon en de dochter niet samen de financiële belangen van [verzoekster] behartigen. De zoon heeft haar in de afgelopen jaren niet op de hoogte gehouden van de wijze waarop hij de financiën van [verzoekster] beheerde.
Het standpunt van de zoon
3.8.
De zoon vindt dat hij de financiële belangen van [verzoekster] kan behartigen zoals hij voorheen ook deed. Volgens hem is er geen sprake van belangenverstrengeling. De zoon is bereid om transparant te zijn en verantwoording af te leggen.
Het oordeel van het hof
3.9.
Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat er gegronde redenen zijn om de zoon niet tot bewindvoerder te benoemen. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter daarom bekrachtigen.
3.10.
Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW Pro moet bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van [verzoekster] worden gevolgd. Tijdens de zitting bij het hof is [verzoekster] gevraagd naar haar voorkeur. Hierin was zij ambivalent. [verzoekster] heeft verklaard dat zij wilde dat de zoon bewindvoerder zou worden. Op andere vragen van het hof antwoordde [verzoekster] dat het ook mogelijk is om een professionele bewindvoerder te benoemen, om onenigheid tussen de zoon en de dochter te voorkomen. Verder heeft [verzoekster] verklaard dat de huidige bewindvoerder het goed doet.
3.11.
Hoewel [verzoekster] ambivalent is over haar voorkeur, heeft zij in het beroepschrift het hof verzocht om de zoon tot bewindvoerder te benoemen. Wanneer de zoon tot bewindvoerder zou worden benoemd, is er sprake van mogelijke belangenverstrengeling. De zoon heeft belang bij de manier waarop het vermogen van [verzoekster] wordt beheerd. Hij woont immers in de woning van [verzoekster] , zonder daarvoor huur te betalen, en wil niet dat de woning wordt verkocht. De bankafschriften, die de bewindvoerder inmiddels in het bezit heeft, hebben geleid tot vragen over het financiële beheer van de zoon in de periode voor het bewind. Die vragen zijn door de zoon nog niet beantwoord, en ook op vragen van het hof daarover kon de zoon geen duidelijke antwoorden geven. De zoon heeft nagelaten om openheid van zaken aan zijn zus te geven. Op vragen van het hof daarover heeft hij verteld dat zijn zus daar zelf naar had moeten vragen. Hoewel de zoon verklaart dat hij transparant wil zijn, handelt hij hier niet naar. Ook na de beschikking van de kantonrechter en naar aanleiding van de vragen van de huidige bewindvoerder heeft de zoon geen uitleg gegeven aan zijn zus of de bewindvoerder. Door de mogelijke belangenverstrengeling en het gebrek aan transparantie over de manier waarop de zoon de financiën heeft beheerd, zijn er gegronde redenen om de zoon niet tot bewindvoerder te benoemen. Het hof wijst daarom het verzoek van [verzoekster] af.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 30 mei 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os - ten Have, S. Kuijpers, en
L.D.M. Rubens - Snijders, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.